Une traversée

de massif des Vosges

Zomervakantie!!!

Omdat we benieuwd zijn of de Vogezen een mooie plek is om eventueel te gaan wonen, besloten we er eerst maar eens doorheen te fietsen. Dat hebben we vorig jaar in Noorwegen gedaan met dezelfde reden. Hebben de Vogezen genoeg om de Noorse pracht en rust het hoofd te bieden?

Op bikepacking.com vond Hera een 406km lange mountainbike route met zo’n 9000 hoogtemeters, beginnend in Wissembourgh. Dat is dicht bij Karlsruhe, dus pakken we traditiegetrouw daar de Flixbus naartoe. Naïef overtuigen we onszelf dat als we ‘s avonds in Den Haag opstappen en ‘s ochtends in Karlsruhe uitstappen we 2 vliegen in één klap slaan: reizen en overnachten. Echter voelt het meer als één héél lange donderdag.
Geradbraakt beginnen stappen we om 5:00 in Karlsruhe op de fiets. Stop 1: een bakkertje voor koffie en broodjes. Daarna is het 45 km naar het westen, naar het begin van de route in Wissembourgh: een heel schattig dorpje waar Paul alvast de eerste teek uit zijn knieholte plukt.

Met haar digitale speurneus heeft Hera een natuurlijke waterbron gevonden bij een klein dorpje, 17km verderop. Daar kunnen we ons even wassen en écht uitrusten. Heerlijk! We zetten de tent op uit het zicht op een bed van beukenblad.

Na een lange nacht diepe slaap beginnen we écht aan het eerste deel van onze fietstocht; de ‘Traversée du Massif des Vosges‘ (TMV).
Snel gaat het niet met bagage over een MTB track. Het terrein is regelmatig te steil om te beklimmen of afdalen. Te overwoekerd om er zonder schrammen en prikkels doorheen te komen. En te rotsig om de remmen los te laten. Maar het is prachtig!
Het doet Paul denken aan het mountainbiken dat hij vroeger deed: gewoon over paadjes die er liggen voor wie het wil gebruiken. Dat is tegenwoordig in Nederland wel anders. Daar hebben paarden, wandelaars, mountainbikers en ‘normale’ fietsers ieder hun eigen pad. Hoewel de MTB trails in Nederland erg mooi zijn, mist Paul ook het ‘delen’ van de paden. Dat dwingt respectvol gedrag af. En dat kunnen we beter blijven oefenen in plaats van vermijden.

We fietsen voornamelijk door dichtbegroeid bos met daarin vliegjes, herten, een flinke slang en… een theater. Het groen wordt enkel afgewisseld door piepkleine dorpjes, waar we in een vervallen kerk een serieuze opera hoorden galmen.
Er is duidelijk meer cultuur en fauna dan we in Noorwegen vonden.
En als we toch aan het vergelijken zijn: in Noorwegen waren we erg onder de indruk van de publieke faciliteiten, maar tot onze verbazing doet Frankrijk goed mee. Hutten, picknickbankjes en in La Petit Pierre zelfs douches en een gratis kampeerplaats bij de VVV!
Na een douche daar trakteren we onszelf op een rijkelijk met kaas belegde pizza. De eerste verse Franse croissantjes als ontbijt laten nog even op zich wachten, want de enige bakker is gesloten. We rijden die dag op oud brood, knäckebröd en koekjes tot Saverne.

“Vinden jullie het goed als ik de eerste 10km met jullie meerij?” vraagt onze overbuurman Jan op de camping bij La Bresse. Een potige vriendelijke Fries bij wie we onze kaas en groenten in de koelbox hebben mogen bewaren. Hij en zijn vrouw Karin komen al 6 jaar naar deze Nederlandse enclave. Wij hebben het na 2 nachtjes wel gezien… Met 7km/h fietsen we terug omhoog naar de ‘Route des Cretes’. Boven aangekomen gaat Jan naar links (noord) en wij zuid, richting ‘Le Grand Ballon’. Die ‘ballon’ is een radarstation bovenop de hoogste top van de Vogezen: zo’n 1425m.

Op de ‘col’ stoppen we bij één van de twee restaurants. Regen dreigt en valt. Wij vluchten naar binnen en spelen een potje ‘keer op keer’ (wat Paul wint met 31-6). Zodra het opklaart beginnen we aan de afdaling naar Cernay, de Vogezen uit. Maar net voordat we ze achter ons laten, hebben ze nog een stortbui voor ons in petto. We kunnen de Vogezen natuurlijk niet hebben bezocht zonder een nat pak te halen. We zijn blij voor de natuur en zoeken zelf onderdak en een kopje koffie bij een museum langs de weg. We zijn niet de enigen die daar schuilen.

Cernay blijkt een grauw stadje, dus rijden we 20km verder naar Mulhouse (wat je kennelijk uitspreekt als Moeloeze). We zijn hier op verkenningstocht, dus als de stad en camping een beetje leuk zijn, blijven we wat langer. Maar de volgende dag zitten we alweer op de fiets noordwaarts. Mulhouse is oké, de camping wat minder en de omgeving saai. Omgeving Colmar wordt de bestemming voor deze dag. In een nabij gelegen dorpje Turckheim vinden we een aardige camping. We vragen ons af waar de naam vandaan komt. Er is geen moskee, of andere Turkse invloed te vinden. Het blijkt dat het afstamt van Thüringheim (thuis van Thüringers) komt.
Aanvankelijk lijkt het niet zo bijzonder, maar het oude centrum is ommuurd. Alle bouw daarbinnen dateert uit de middeleeuwen en is in perfect onderhouden staat. In het midden staat een kerk met een kleurrijk dak dat ons aan de Efteling doet denken.

We zouden niet in zo’n toeristisch attractiepark hoeven wonen, maar vinden het wel tof dat de Fransen dit in stand houden. De laatste paar dorpen waar we doorheen fietsten zijn vergelijkbaar, waarbij het ‘Droomvlucht of Land van Laaf gehalte’ bij de één groter is dan bij de ander. De volgende dag rijden we naar Colmar, en dat spant de kroon in dat opzicht. Het is groter en veel drukker dan we hadden verwacht. Mooi is het zeker, maar het kost wat moeite en energie om door de toeristen de ‘attracties’ nog te zien. Na een paar rondjes vinden we het wel mooi geweest. Fijn om weer op de fiets terug naar het bescheiden Turckheim te zitten.

Morgen wordt de 14e etappe van de Tour de France gereden op ‘steenworp’ afstand. We twijfelden of we zouden gaan… het is ‘slechts’ 40km en 1200 hoogtemeters ’terug’. “Laten we tóch gaan kijken!” Besluiten we. Tijd zat!

We gaan naar de Tour de France kijken! Het is tegen onze ‘principes’ om terug te rijden, maar we maken een uitzondering: 40km en ruim 1200 hoogtemeters om te komen waar we al eerder waren, maar wel via een andere route.

Via het dorp Munster rijden we richting het einde van het dal, waar het stijgingspercentage richting Le Markstein dubbele cijfers aanneemt. Le Markstein is de plek waar de rijders tweemaal voorbij komen, en uiteindelijk finishen. Gedurende onze rit omhoog worden we door steeds meer wielerfans vergezeld. Met onze mountainbikeachtige reisfietsen zijn we in de minderheid. De meesten zitten op een racefiets en gaan ons met wisselend gemak voorbij.
De laatste 6km kunnen we onverhard afsnijden en zo een deel van de, door drukte, onbegaanbare ‘Route des Crêtes’ omzeilen.
Als we het bos uitkomen staan we ineens tussen tienduizenden mensen, auto’s, bussen.. chaos! Het lijkt een enorm festival. Wat een organisatie het moet zijn om die hele Tour in banen te leiden.

Met zoveel toeschouwers snappen we de absurde ‘karavaan’ die ruim een uur voor de renners voorbij komt. De reclames op Eurosport spoelen we normaal gesproken door als we op de laptop de etappes ‘terugkijken’. Maar hier kunnen we alleen maar vol verbazing de ‘real life’ manifestatie van die reclames aanschouwen: omgebouwde busjes en auto’s vol stickers en (naar we vermoeden) uitzendkrachten die op de wagens staan te springen, dansen, zwaaien (of hun Instagram bijwerken), terwijl het doppler-effect de opzwepende muziek van de wagens nog nét wat minder om aan te horen maakt dan het al was. Droevig en grappig tegelijk.

We vinden een plekje tegen de bergwand, zo’n 15 meter boven het wegdek. In de verte kunnen we de finish zien, omgeven door mensen, waarvan de meesten waarschijnlijk maar heel weinig meekrijgen van wat er op het asfalt gebeurt. Maar ach, er is muziek, drukte en ongetwijfeld het nodige bier.

Als de renners voor de eerste keer voorbij komen, zijn ze net de Grand Ballon overgefietst. Ook zo’n 1200 hoogtemeters, net als wij zojuist. Een mooi clubje vluchters had zich los gefietst van het Peloton. Healey, Carapaz, Pidcock, we gunnen ze allemaal dat ze Pogacar, of Peppa Pig zoals wij hem noemen (sinds hij een paarse broek droeg bij zijn roze outfit in een Giro), voorblijven en de ritzege pakken. Fingers crossed, want ze hebben nog ruim 120km te gaan.

Dan komt er ff een stevige bui, die ons naar een boom doet vluchten. Toch regent het dóór onze regenjassen heen, die we daarna gelukkig te drogen kunnen leggen in de teruggekomen zon. We proberen via NOS en radio1 op de hoogte te blijven van de voortgang maar het bereik is zeer slecht. Met flarden van info wordt duidelijk dat Peppa Pig iedereen weer zoek heeft gereden op de slotklim. Hij komt dan ook met een rotgang voorbij en claimt de overwinning op de streep. Heel goed, maar wij vinden het minder leuk.
We klappen voor iedereen die voorbij komt en begeven ons terug naar de fiets en daarmee terug naar Munster.

We moeten flink doortrappen in de afdaling om nog net voor sluitingstijd een avondmaaltijd te kopen bij de super in Munster.
We eten zoals vaak deze vakantie niet gekookt voedsel. ‘Smauzen’ noemen we dat. Tapas, liflafjes, appetizers, fingerfood… geef het een naam: lekker brood, olijfjes, kaasje, tomaatje etc…
Moe en voldaan gaan we naar bedje. We zijn benieuwd hoe vroeg de renners naar bed gaan en wat zij hebben gegeten. Vast geen croissantjes en bretsels..

Kijken naar de Tour was niet bepaald een rustdag, dus besluiten we nog twee nachtjes op de camping bij Turckheim te blijven. De camping is fijn, de omgeving mooi, en we hebben tijd. ‘s Ochtends boeken we tickets. Voor de Flixbus terug naar huis en voor Rulantica! In het Duitse plaatsje Rust, net aan de andere kant van de Rijn, waar ook Europapark gevestigd, staat het waterpark Rulatica. Het staat al jaren op Hera’s verlanglijst om naar een waterpark met tientallen glijbanen te gaan. Nu kan het, dus doen we het!
Als de planning rond is springen we op de fiets voor een mooi laatste rondje door de Vogezen. We komen wederom langs Munster op de terugweg. Mooi rondje. Leuk stadje. We zien een zwembad….

Als we terug op de camping komen hebben we nieuwe buren, een jong Zwitsers stel. Ze vertellen ons dat de beste pizza van de Vogezen hier in het dorp gemaakt wordt. We pakken de pasta weer in en springen op de fiets richting ‘Agostino & co’. In de tuin van een vrijstaand huis staat een tuinhuisje dat is omgetoverd tot pizzabakkerij. Eigenlijk alleen op reservering, maar ze maken onze pizzas tussen de reeds bestelde. En dat zijn er veel. De mensen in het tuinhuis staan zich uit de naad te werken. Mensen komen af en aan. Wat een toko zeg! Kwartiertje later fietsen we met 2 pizzas zo snel en voorzichtig als kan terug naar de camping. Daar smullen we ze op. Heerlijk. Niet de beste ooit, maar heel lekker!

En dan houden we écht even rustdag. Met een treintje doen we een laatste keer Munster aan. Er zit immers een zwembad met buitenbad!!! Eenmaal daar herinnert Paul zich wat het beeld bevestigd: iedereen loopt in strakke broekjes rond. Die heeft Paul niet, en hij blijkt niet de enige, want er staat naast de ingang een Speedo automaat. Voor tweemaal de entreeprijs kunnen we een gokje wagen voor de juiste maat. We besluiten het niet te doen. We halen het wel in in Rulantica!
Na wat rondzwerven pakken we het treintje terug naar wat inmiddels als thuis voelt en maken de pasta van gisteren klaar.

De rit naar Rhinau is leuker dan verwacht. Het eerste deel (noordwaarts) volgen we een gravelroute die ons door wijngaarden en schattige dorpjes leidt. Daarna rijden we naar het oosten door maisvelden tot we in Rhinau aankomen. Daar heeft Hera een ⭐️⭐️⭐️⭐️ camping gevonden. Zwembad, zwemvijver, minigolf, fitness (van die stalen dingen die soms in parken staan), tennis: alles is er. Het ligt tegen de Duitse grens, dus op z’n Duits ontbreekt het een beetje aan charme. En het ligt nog net in Frankrijk, dus met Pauls zwembroek mag hij niet van de glijbaan en zonder muts zelfs niet in zwembad. Paul omzeilt de regels door in zijn strakke fietsbroek van de glijbaan te gaan. Glijdt voor geen meter. Gelukkig heeft hij voor morgen, in Rulantica, een nieuwe zwembroek van (wat zal blijven) turbo-glij-stof aangeschaft.

Dan is het zover, een hele dag in waterpretpark Rulantica.
We hebben ons mentaal voorbereid op gillende kinderen en schreeuwende ouders. De schrik van de entreeprijs zijn we reeds te boven.

Net buiten het dorp steken we met een gratis pond de Rijn over. Dan is het nog 6km fietsen naar de entree. De achtbanen van Europapark doemen al snel genoeg op aan de horizon. Als we dichterbij komen wordt dat beeld verrijkt met het onmiskenbare gegil dat achtbanen lijken te veroorzaken. “De Mens…” verzucht Hera. Ze probeert te begrijpen hoe evolutie hier toe heeft geleid. Misschien begrijpen we het na onze waterpark ervaring? Maar voor nu: ‘Go with the flow!’

We parkeren de fietsen op daarvoor bestemde plekken. Alles is super netjes hier. Inchecken kan geautomatiseerd en verloopt vlotjes. we krijgen een ‘Rulaband’ om consumpties ‘op de rekening’ te zetten en hoeven nergens over na te denken. Volg de bordjes, scan je bandje en voor je het weet sta je in de wondere waterwereld.
Er zijn heel veel glijbanen beginnen binnen, slingeren langs de buitenkant van het gebouw en eindigen ook weer binnen. Best logisch, want meer dan de helft van het jaar wil je niet in je zwembroekje buiten in de wind staan. Zelf nu is het in de schaduw best fris, bewijst het kippenvel op Pauls torso.
We hebben tegen de regels in, want ‘er zijn genoeg ligstoelen voor iedereen’, twee ligstoelen bezet met onze handdoeken. Hera lijkt het feit dat er genoeg zijn juist een goede reden om ze wél te mogen bezetten. En daarbij hebben we allerlei versnaperingen mee naar binnen gesmokkeld.
Buiten ligt ook een groot bad waar een draak in het midden voorziet van de nodige glijbanen en ander waterpret. Die gaan we eerst uitspelen, besluiten we. De eerste glijbaan heeft moeilijkheidsgraad ‘medium’. Kan een glijbaan moeilijk zijn, vragen we ons af? Maar het blijkt wel degelijk van betekenis. Paul kan zijn gezicht niet in een plooi houden en heeft het idee dat hij er bij elke volgende bocht uitvliegt. Eenmaal in de uitglijbaan (ja, zo heet dat) proest hij een halve liter water op en trekt zijn zwembroek weer tot onder zijn navel. Dit beloofd wat!

Er zijn heel veel glijbanen, en we willen ze allemaal doen. Favoriet zijn uiteindelijk die waarbij we samen in een 8-vormige band achter elkaar zitten. En de trechter, waar Paul met zijn superzwembroek wel 2,5 rondje maakt (trots) tegenover Hera die er met moeite 1,5 weet te glijden. Erg indrukwekkend zijn ook de vrije val banen. Dan kruip je in een capsule waarin je op een luik staat dat op commando van de ‘operator’ onder je vandaan klapt en Hera doet denken aan de ‘Sarco’, de zelfdodingscapsule van een Zwitserse ontwerper. Gelukkig overleven we de onderneming ieder tweemaal.

Rond 19:30 gaan we in de laatste baan die we nog ‘moeten’. De wachttijden voor een glijbaan kunnen hier oplopen tot 45 minuten, zoals je van een achtbaan gewend bent.
Uiteraard zien we ook ons heen dan ook allerlei manieren om die te omzeilen. Ordinair voorkruipen slechts soms. Maar ook je moeder in de rij zetten, en dan elke 10 minuten even komen kijken of zíj́ al aan de beurt is. Zo niet, gaan de kids nog even iets anders doen. Als mama wel aan de beurt is, voegt nog even de hele familie in. Ja, daar vinden wij wat van….

Na vertrek kopen nog wat te smauzen bij de Lidl, en eten dat op de camping op. Voldaan, moe, overprikkeld en verzadigd. Onze behoefte voor een waterpark is voor het komende decennium wel vervuld, denken we.
Of dit alles een natuurlijke stap in onze evolutie is? Paul denkt het niet. Volgens hem zijn we dat station al lang gepasseerd.

De volgende dag spelen we nog een potje mini golf op de camping. Niet Hera’s sterkste kwaliteit, komen we achter. We besparen je de puntentelling. Daarna vertrekken we naar Kehl. Dat ligt net aan de Duitse kant van de Rijn, naast Strasbough. We plannen daar twee nachtjes te blijven, opdat we één dagje de Europese hoofdstad kunnen verkennen. De daarop volgende ochtend nemen we de Flixbus naar huis.

De camping in Kehl is veruit de duurste die we boekten, maar belooft dan ook sanitair waar je verliefd op wordt. En wederom ⭐️⭐️⭐️⭐️
Achter de balie van de receptie zit een dame met gemillimeterd haar, een ongeïnteresseerde gelaatsuitdrukking en een wijde blouse met een enorme stralende zon erop. Die zal haar humeur moeten compenseren, denken we.
We zullen jullie onze klachten besparen, maar we zijn niet verliefd geworden.

Strasbourgh daarentegen is prachtig. We genieten van de mooie stad, een dagje rust, en vele lekkernijen van de bakkertjes. Het is niet waar we zouden willen wonen, maar voor wie wel in een mooie leuke stad wil wonen… tof!

Over wonen gesproken. Willen wij in de Vogezen wonen? Waarschijnlijk niet. Een hoop overwegingen, maar vooralsnog wint Noorwegen het.

Op de laatste ochtend fietsen we van Kehl naar Strasbourgh voor de terugreis. Reizen met fietsen is altijd stressvol. De buschauffeurs hebben tot nu toe altijd wel wat te zeuren gehad. Past niet, afblijven, opschieten, past niet…!
Op basis van onze ervaringen hebben we alles eraf gehaald dat in de weg kan zitten. Paul hangt de fiets op de haak en laat de steward de rest doen. Zoals we gewend zijn. Daarna wordt de chauffeur boos dat Paul de andere fiets nog niet opgehangen heeft. We moeten opschieten(!!!) want hij heeft al ruim 30 minuten vertraging. Nadat de tweede fiets is opgehangen gaan we in de warme bus zitten, die vervolgens nog 20 minuten om onduidelijke reden niet van zijn plaats komt.

We pakken onze zak chips, snoepjes, chocolade croissants, bretzels, thee en koptelefoons erbij. Even doorbijten. Om 22:00 vanavond stappen we weer uit op Den Haag centraal en hebben we een prachtige vakantie achter de rug!

Scroll naar boven