een barre tocht

Na enkele dagen rusten in Rio Pico, terwijl de regen met pijpenstelen en de sneeuw met grote vlokken uit de lucht viel, besluiten Paul en ik weer op te stappen. De rustdagen hebben tijd geboden voor een evaluatie van de recente pittige fietsdagen, zelfreflectie, overwegingen en overleg. Gaan we de zware routes uit de weg? Wat betekend dat voor de rest van de reis? Wil Paul het nog een kans geven om te kijken of hij toch op de een of andere manier plezier of voldoening uit deze pittige fietsdagen kan halen? Wat zijn onze opties voor de komende honderden kilometers? We besluiten bij ons initiële plan te blijven dat bestaat uit verschillende gravelwegen, maar ook met de mogelijkheid om ergens af te wijken naar de geasfalteerde Ruta 40. De eerste dag zal meevallen en nog enig uitstel bieden voor we weer echt aan de bak moeten. Slecht 20km over gravel en dan rechtsaf slaan de ruta 64 op welke, ondanks dat hij geen grote plaatsen verbindt, geasfalteerd is. Althans, dat heb ik op een lokale kaart van de provincie gezien. Om er zeker van te zijn (want op mijn papieren kaart was deze weg helemaal niet terug te vinden en op onze digitale kaart (OpenStreetMap) stond hij aangemerkt als ‘trail’), vragen we het nogmaals na bij de plaatselijke Tourist Information. ‘Ja hoor, geasfalteerd, kijk maar, hier staat het ook op de kaart.’ Dat moet dan ruim 80km aan gloednieuw asfalt zijn, concluderen we, wat een heerlijk vooruitzicht! Die 600 hoogtemeters vallen bij zo’n weg in het niet.

Uitgerust rollen we Rio Pico uit. Tegen onze verwachtingen in niet over gravel. Foutje op de kaart.. We rollen we met de wind in de rug 20 kilometers naar de afslag. Een gespreid bedje. Pas als we er met onze neus voor staan zien we het.. Beiden checken we nogmaals de kaart. Is het echt hier??? Voor ons kringelt een smal kiezelpad tussen twee boerderijen door en daarachter de heuvel op alsof het slechts naar een akker leidt. Maar niets is minder waar. Dit is de ruta 64 naar Aldea Apeleg. Ik kijk Paul aan die naar ik vermoed een poging doet zijn frustratie weg te slikken en deze ‘tegenslag’ met nieuwe ogen te bezien. We besluiten onze fietsen de helling op te duwen welke langs een afgraving van kiezels loopt. Wellicht wordt het pad daarna beter. Ietsje beter.. genoeg om te fietsen in plaats van duwen. Zullen we? We hebben geen idee wat ons wacht op deze route. Toch stemt ook Paul uiteindelijk in. We geven het een kans!

Het pad wordt niet beter. De meeste hoogtemeters zitten in de eerste 30km en zodoende wisselen we het rollen af met stukken waarin we de fiets duwen. Hoe hoger we komen hoe zompiger de grond van de drie dagen sneeuw en regenval. Ook op de vlakke stukken wordt het fietsen lastig omdat de wielen dan tot wel 10cm in de grond zakken. Paul zegt inmiddels niets meer en ik sjouw achter hem aan, genietend van de prachtige uitzichten terwijl ik uitpuf na weer 20 meter gesjor aan de fiets. Ik kijk achter me en vanaf aan deze zijde zijn de bosjes allemaal nog besneeuwd! Wat ziet dat er leuk uit! Vanaf de andere kant waren ze groen! Ohja, die sneeuwval… zouden we daar nog veel van merken, als we hoger en hoger klimmen? Die vraag wordt snel genoeg beantwoord als we de eerste besneeuwde grond om ons heen zien. Paul maakt een foto van blije mij met Giraffe in de sneeuw. Een echte lach kan er bij hem al even niet meer af. Het is tijd om opnieuw afwegingen te maken. Keren we om of gaan we door? Terug is 8km, door nog 72. We hebben wel al HEEL veel geklommen dus als het zo vlakker wordt, wordt het wellicht ook gemakkelijker?

We gaan door.  We duwen onze fietsen door een zompig autospoor in de sneeuw, tot ook dat verdwijnt. De omgeving is prachtig! Alles is wit en in de verte zien we het hooggebergte liggen en… regen. We zijn bijna volledig omringt door donkere wolken waar we in de verte de regen uit zien neervallen. Zou het ons bereiken? Ik denk van niet… of toch? Als we na 15km, urenlang duwen en kleine beetje rollen, een vlakte bereiken komen de donkere wolken onheilspellend dichtbij. Als we er iets niet bij kunnen gebruiken nu is het regen. Daarnaast zijn we aardig door onze fut heen. We stampen 9m2 sneeuw plat om de tent op te zetten. Snel trekken we onze bezwete kleren uit en wassen onszelf onder luid ge-‘oeh’ en ge-‘aaaaah’ (van mij) met sneeuw. Paul zou Paul niet zijn als hij zich ondanks zijn frustratie over dit fiasco niet toch naast de tent zou zetten om een warme maaltijd te koken. De regen blijft uit en we eten een warme curry in de sneeuw. Ver weg, althans zo voelt het, van de bewoonde wereld. Terwijl Paul, zoals hij zelf zegt, ‘balanceert tussen voldoening en bezorgdheid’ bouw ik een sneeuwpop. Wanneer heb ik dát voor het laatst gedaan? De sneeuw is zo’n 30cm diep en plakt als deeg Paul helpt me met het zoeken naar ogen en een neus. Ik noem hem Joop, ‘Joop de Sneeuwhoop’. Hoe leuk is dit!?!? Ik ben als een kind zo blij met hem.

Even later in onze warme slaapzakken kunnen we samen even lachen om het idee dat deze route ‘geasfalteerd’ zou zijn. Maar Paul maakt zich ook echte zorgen. Zijn we niet stom bezig? Nemen we geen TE grote risico’s? Ik geloof niet dat dat zo is. We hebben weinig volwaardige ‘maaltijden’ bij ons, maar nog een volle zak pinda’s, rozijnen, noodmaaltijden, energierepen, pindakaas. We hebben warme slaapzakken en een waterdichte tent en met al deze sneeuw is er aan water sowieso geen gebrek. Er is goed weer voorspeld en mocht alles onverhoopt toch nog ondersteboven lopen dan hebben we als noodmiddel de ‘SPOT’, een apparaatje waarmee we met een druk op de knop hulpdiensten op kunnen roepen voor een reddingsactie, in geval van levensgevaar. Ik probeer Pauls zorgen te sussen met deze argumenten. De volgende ochtend besluiten we wederom om verder te gaan. Voor mijn plezier en voor Paul.. omdat hij deze uitdaging het hoofd wil bieden. Joop blijft alleen achter in deze barre omgeving. Zou iemand hem nog zien staan een dezer dagen??

Tijdens de dagen in Rio Pico las ik een boek over dwangstoornissen en de behandelvormen daarvoor. De schrijver zelf onderging, 20 jaar geleden, de ‘flooding’ methode. Hierbij werd de patiënt resoluut en volledig ondergedompeld in hetgeen waar zijn dwang vanuit ging. De schrijver had een ernstige schoonmaak dwang en zijn grootste angst was het ‘besmet raken’ door zijn eigen lichaamsvloeistoffen, poep, plas, vul zelf maar in.. Zijn ‘flooding’ bestond er zodoende uit zichzelf en al zijn ‘veilige ruimtes’ volledig te ‘besmetten’ hiermee. Vul zelf maar in hoe… Ja, dit was een reguliere methode in een reguliere kliniek destijds.

Vanwege de toch wel erg controversiële en shockerende aard van deze behandeling, ondanks vaak succesvol, wordt tegenwoordig een andere methode gebruikt, ‘exposure’ genoemd. Hierbij wordt de patiënt in kleine stapjes blootgesteld aan de situatie of het object waar zijn dwang vanuit gaat.

Met deze info vers in mijn brein en de gesprekken met Paul over het wel of niet aangaan van de uitdaging van de ‘helse gravelwegen’ koa ik het niet laten hem te vertellen over deze methoden. In feite waren we van plan geweest om middels ‘exposure’ te proberen of Paul vriendjes kon worden met de slechte gravelwegen. Maar onbedoeld wordt dit een kwestie van genadeloze ‘flooding’. We hebben ongepland de zwaarst haalbare route (voor ons) te pakken. Nu maar hopen dat dit op Paul net zo’n positieve uitwerking heeft als op de schrijver van het boek… Samen kunnen we best een beetje lachen om deze vergelijking.

Anders dan gehoopt duurt het nog lang voor we niet meer door de diepe sneeuw ploeteren. Maar als we er dan eindelijk van verlost zijn, dient de volgende uitdaging zich aan. 7km van onze kampeerplek bevindt zich een rivier. We wisten dat dit een risico was. Zou er wel een brug liggen? Die ligt er! Maar voor we die brug over kunnen moeten we eerst door de rivier heen waden waar deze een flink stuk van de weg heeft weggeslagen. Op sandalen waden we door het ijskoude water. Ik begrijp maar niet hoe Paul hier geen plezier in kan hebben. Ben ik nou gek?

De schapen zijn over de dam. Nu we deze rivier doorkruist hebben gaan we niet meer terug, ondanks de lange weg die nog voor ons ligt. Een groot deel van de tijd leveren Paul en ik ieder onze eigen strijd met de ‘weg’. Tijdens de lunch praten we even bij over hoe het gaat, hoe het voelt, hoe het tussen de oren zit. Al ziet Paul zelf ook wel dat de angsten die hij heeft niet persé reëel zijn, toch zitten ze zijn plezier in de weg. Ik voel me bezwaard dat ik hem ‘meegesleurd’ heb deze route op. Ik wil dat hij ook plezier heeft. ‘Ook’, want ondanks dat het loodzwaar is geniet ik van deze barre tocht.

Na de eerste rivier doorwading volgen er nog een stuk of 10 stroompjes. Deze hebben überhaupt geen brug. Ze zijn te diep om doorheen te fietsen omdat het veel geregend en gesneeuwd heeft en deze weg überhaupt nooit bedoeld is geweest om met iets anders dan een 4×4 pick-up truck te bereizen. Ik zie aan Paul dat zijn vertrouwen, of overgave, groeit als hij bij het zoveelste riviertje als vanzelfsprekend zijn schoenen uittrekt en pijpjes oprolt. We gaan het redden.

De tweede dag overbruggen we 28km. We kamperen naast het pad en het lukt me zelfs om een vuurtje te maken. Dat is maar goed ook want onze brandstof (benzine) is op en het lijkt erop dat we koud zullen eten. Gelukkig hebben we een pannetje bij ons dat we in het kampvuur kunnen zetten en zo staat de pasta toch verrassend snel te koken. We genieten beide van deze kleine inventieve oplossingen. We doen het maar wel mooi. Wij bikkels!

De derde dag verandert het pad nog tijdelijk in een stroompje, maar er komt het moment dat de grond onder onze wielen weer vast wordt en we écht kunnen fietsen. Als er een klein weggetje bijkomt vanuit Chili verandert het wegdek zelfs in stevige aarde en het laatste stuk rollen we als overwinnaars richting Aldea Apeleg. Een dorpje van niks… We kopen er enkele gefrituurde broodjes in het enige winkeltje. Aanlokkelijk om hier te kamperen is het niet.

Het is nog tamelijk vroeg op de dag en dus besluiten we de gravelweg richting Alto Rio Senguer vast op te rijden. Een kaarsrechte gravelweg. De wind blaast met volle kracht in onze rug. Dit zou een eitje kunnen zijn, ware het niet dat het wegdek vol kiezels ligt en volledig bestaat uit wasbord… dat is een ondergrond precies zoals je verwacht bij die term, veroorzaakt door hard rijdende auto’s. De omgeving is… kaal, leeg, niks. Híér gaan we niet kamperen. We zetten ons verstand op nul en blik op 48km en rijden. De afgelopen dagen eisen zijn tol en mijn nek en rug doen pijn. De kracht is eruit en bij elke hobbel worden mijn pijnlijke botten en spieren door elkaar geschut als een zak aardappelen. Dit keer ben ik degene die klaagt. Het gaat niet…net, niet… nét. We bereiken Alto Rio Senguer en checken in bij een hotelletje. Een bed, een douche, verwarming. We kunnen beiden geen pap meer zeggen.

Bij de bakker/minimarkt hebben we ingeslagen voor de avond. Wij komen de kamer niet meer uit. Op bed ‘smausen’ we, zoals ik dat noem. Broodjes, olijven, stukjes kaas, tomaat en mijn favoriete Argentijnse zoeternij ‘alfagores’: twee ronde koekjes met daar tussenin ‘dulche de leche’ (soort karamel smeersel) omhult met donkere chocolade. We zijn trots op elkaar. Paul op mij, omdat ik ondanks de barre omstandigheden toch bleef genieten van de tocht. En ik op hem, omdat hij het heeft aangedurfd, heeft doorgezet en er al bíj́na met een glimlach op terug kan kijken. De volgende dag houden we een rustdag.

In het dorp vinden we een piepklein afhaaltentje voor pizza’s en belegde broodjes gerund door een oud dametje van 1.40m. We vragen haar of we rond 18:00 kunnen komen eten. Een vegetarische pizza, kan dat? Zorgvuldig schrijft ze alle ingrediënten op die we gezamenlijk in de koelkast ontdekken. Dat wordt lekker! Als we om stipt 18:00 weer voor haar deur staan heeft de vrouw het enige tafeltje in de ruimte voor ons gedekt en er twee stoelen aan gezet. Ze verontschuldigt zich dat ze geen drinken te koop heeft. Er eet daar eigenlijk nooit iemand, zegt ze. Ze serveert een karaf water en even later komt ze glunderend binnen met een dubbeldik belegde grote pizza. We kunnen slechts de helft op, de andere helft pakken we in voor de lunch de volgende dag. Voor we vertrekken wenkt de vrouw ons nog even naar de diepvries en laat ons zien welke zelfbedachte ingrediënten ze nog heeft toegevoegd. Sperzieboontjes en Chinese kool. Ze heeft er veel plezier in dat we er zo van genoten hebben, net als wij!

Vanaf Alto Rio Singuer leidt onze route naar de Chileense grens. Hier zullen we onze tocht vervolgen via de legendarische ‘Carretera Austral’. Het is 2 dagen fietsen naar de grens. Als we tegen het einde van de eerste dag weer tegen de wind in boksen over een grove kiezelweg besluiten we onze duim op te steken wanneer er een pick-up truck aankomt. De chauffeur, een in Uruguay wonende Australiër die boeren adviseert op het terrein van holistisch schapenhouden, rijdt zelf naar het grensdorp en we zijn welkom om tot daar mee te rijden. Met graagte nemen we zijn aanbod aan, wetende dat we morgen anders een volle dag tegen de wind in zullen boksen. Aan de grens overnachten we in een piepklein huis(elijk) hotelletje.

We zijn nu vroeger dan gepland aan de grens. Hier hadden we qua voedsel niet op gerekend. Dat wil zeggen, we hebben te véél voedsel. Chili heeft de meest strikte regels qua voedsel import die ik ooit bij een grens ben tegengekomen. Geen groente, fruit, honing, dierlijke producten, noten, zaden.. en verder eigenlijk niks met geopende verpakking. In ons piepkleine kamertje op het bed gezeten wordt het dus weer ‘smausen’. Paul eet een zak pinda’s leeg, de kaas gaat met dikke plakken op het brood met 3 mm boter er onder. ’s Ochtens eten we de best gevulde havermout ontbijt ooit bereidt. Een kostbare zak rode linzen en nog enkele waren doen we de gastvrouw cadeau. Pauls uitgebreide kruidenverzameling verstop ik onder in mijn slaapzak. Uit ervaring weet ik dat de (doorgaans mannelijke) douaniers nooit verder kijken dan wat bovenop in de fietstas ligt, zeker bij een vrouw. Ik vertrouw op deze ervaring

Als we nog even het supermarktje bezoeken is het daar spitsuur. Zaterdagmiddag. Er lijken meer mensen aanwezig dan in het dorp wonen. Op een paar vierkante meters navigeren ze langs elkaar met overvolle winkelwagentjes. Wat is hier aan de hand??? Het blijken Chilenen die in het eerstvolgende stadje (50km) over de grens wonen. Ze komen hier inkopen doen omdat alles bij hen twee á driemaal zo duur is. Producten in gesloten verpakking mogen zonder probleem de grens over. De hamster-drang van de Chilenen slaat op ons over en ook wij slaan nog even flink in, zoveel als in onze tassen past. Dat blijkt geen verkeerde beslissing, zal blijken als we in Chili in de supermarkt rondkijken…

Maar, Chili, daar arriveren we pas in de volgende blog
Voor nu lijkt mij dit wel even genoeg avontuur in één verslag.
In Chili wacht namelijk de Carretera Austral op ons. Een legendarische en populaire weg voor reizigers. Meer verklap ik nog niet, maar, omdat ik wat achterlig met schrijven zal de volgende blog niet lang op zich laten wachten.

Dus tot gauw, in het natte Chili!

4 gedachten over “Een barre tocht”

  1. Wim van der Stok

    Mooi verhaal van mooie avonturen! Leuk dat ik weer af en toe een verslag ontvang per mail. Doet me verlangen weer op de fiets te stappen in onbekende werelden. Geniet ervan samen! Groet Wim

  2. Met veel plezier lees ik je verhalen. Ik krijg de kriebels om ook weer op mijn vakantie fiets te stappen. Kijk uit naar je volgende verhaal. Succes!

  3. dag hera,paul ,barre omstandig heden,geen wonder dat Paul r niet goed,mee overweg kan.
    wens jullie sterkte,bij de volgende k meters en mooi voorjaarsweer groeten,papa

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven