Door de knieën...

Door de knieën…

Het is ruim een jaar geleden dat ik de mooie, koude, uitdagende, zware, zonnige, ruige, heerlijke bikepacking tocht in Spanje en Portugal maakte. Na twee en een halve maand van ‘bonken door de bossen’ hoorde ik pas eind februari over een schip dat voor de kust van China lag met de opvarenden in quarantaine vanwege een virus. Krant en TV-loos als ik leef, met ook de online media op een sudderplaatje, had dit nieuws mij niet eerder bereikt. Ruim twee weken later gingen Nederland en de rest van de wereld ‘dicht’ en dankte ik op mijn blote knietjes dat ik nog net voor die tijd op mijn vers omgebouwde fiets had mogen ‘zwoegen door het zuiden’.

Mijn optionele bikepacking plan voor dat voorjaar in Griekenland of Slovenië viel in het water en in plaats daarvan stapte ik weer op Fuego (de singlespeed Race lite) om pakketjes en post te bezorgen en op te halen. Vanwege de vele ‘ziekmeldingen’ (kriebelkelen, hoestjes en andere aanleidingen tot covid-tests) waren er volop diensten te vullen. Ik koerierde graag. Rond 10:00 al klaar met de eerste shift, klaarwakker en een workout achter de rug. Dan eventueel in de namiddag nog lekker een ronde karren om vervolgens de verbrande calorieën ongeremd aan te vullen bij het avondmaal. Maar toen begonnen mijn knieën te protesteren..

Omdat de lichte maar zeurende pijn rond mijn knieschijven niet minder werd besloot ik de fysiotherapeut te raadplegen. Ten slotte hadden hij en ik samen zo’n zes jaar geleden al eens met dit bijltje gehakt. In de maanden voor mijn vertrek op de fiets richting Azië begeleidde hij me bij soortgelijke klachten. Ook toen ging het niet vlot máár het ging en tijdens de 14 maanden reizen die volgden had ik geen centje pijn.

Dit keer echter wilde het niet baten. De oefeningen waren pijnlijk en ook rust gaf geen verlichting. Ik ging minder en lichter koerieren maar de klachten bleven toenemen. Ik hakte een grote knoop door en met pijn in mijn hart gumde ik het plan om binnen afzienbare tijd aan een lange fietsreis te beginnen uit de agenda. Ik staarde verdrietig naar de lege bladzijden die voor me lagen. Wat nu?

Tijdens de zomervakantie in het Karwendel gebergte fietste, wandelde en klom ik met terughoudendheid. Ik genoot, maar terwijl de pijn zeurde in mijn knieën, knaagde de angst in mijn hoofd. Waar gaat dit heen? Tijdens de wandeling naar een bergtop prijsde ik mijn verse tweedehands lichte wandelstokjes de hemel in. Ik ging soepel omhoog. Maar afdalende met flinke pijn vervloekte ik mezelf voor deze stupide actie. Wat een sukkel was ik. Waarom had ik niet even geprobeerd hoe het dalen ging voor ik met verstand op nul op die top afstevende?

Terug thuis sloeg ik de lege agenda open. De combinatie van de pandemie en mijn knieblessure sloot het doek voor lange reizen, fietstours leiden, lezingen geven en zelfs voor terugvallen op mijn oude professie: zang- en theaterles geven. Eén gekoesterde wens echter leek nu vrij spel te krijgen: alsnog een universitaire studie doen.

Al van jongs af aan huist er een gretigheid in mij om de wereld te begrijpen. Niet verwonderlijk dat ik ben gaan reizen. Later kwam daar de wens de wereld mooier te maken bij. Nog later ging ik mij deels afkeren van de grote welvaart en het consumentisme van de westerse maatschappij. Ik werd me er bewust van dat deze welvaart maar op één manier verkregen kan worden: ten koste van anderen, mensen, dieren en de natuur.

In mij had steeds het idee geleefd dat ik eerst meer ervaring met het leven en de wereld op moest doen alvorens ik op de juiste manier de juiste bijdrage zou kunnen leveren teneinde de wereld mooier te maken. In de hoop mijn beschouwend, analytisch en inventief talent verder te ontwikkelen (en beseffend dat nú nog ‘arts zonder grenzen’ worden wellicht wat ambitieus is) koos ik voor een pre-master filosofie.
Misschien was dit dan wat deze tijd voor mij in petto had.

Niet geheel gespeend van sentimentaliteit maakte ik in de week voorafgaand aan het eerste college nog een korte trip. Een vier-steden-tour. Op de eerste dag fietst ik vanaf mijn huisje vlak buiten ‘thuisstad’ Tilburg naar Nijmegen, waar ik (zij het online) een jaar aan de universiteit zou gaan studeren. Vanuit Nijmegen fietste ik naar Utrecht, waar ik ooit mijn conservatorium studie (zang) deed, wat inmiddels een leven geleden lijkt. Als laatste fietste ik van Utrecht naar den Haag, waar mijn Prins en de steun en toeverlaat van mij, mijn fietsen en mijn dromen woont. De dag daarna volgde ik mijn eerste online colleges.

Ik bezocht een orthopeed die röntgenfoto’s liet maken en wat duwde en trok aan mijn knieschijven. Later die week kreeg ik van hem een telefoontje met zijn diagnose: ik kon met deze knieën wel oud worden. Blijven bewegen was belangrijk, maar ook weer niet te intensief.
Ik kon inderdaad teruggaan naar de fysiotherapeut, antwoordde hij bevestigend. Daar schoot ik geen spat mee op. Ik besloot te stoppen met koerieren. De luttele kilometers die ik nog kon maken wilde ik niet opofferen aan werk.

Ik deed oefeningen en deed geen oefeningen, nam rust en fietste en wandelde, tapete mijn knietjes, smeerde zalfjes, nam kruiden en vitaminen. Ik pijnigde mezelf op de foam-roller tot mijn spieren losser waren dan ooit tevoren. Ik ging naar een nieuwe fysio die mij wijselijk doorstuurde voor een second opinion in een academisch ziekenhuis.
Voorafgaand aan de afspraak stelde ik een brief op; dat ik begrijp dat de pijnklachten betrekkelijk ‘licht’ zijn maar de impact van deze blessure op mij zeer groot. Voor al mijn toekomstplannen heb ik stevige knieën nodig. Ik heb ze nodig om me rond de wereld te trappen, te kunnen sjouwen bij het bouwen van een huisje, te stappen door de woestenij van Nieuw-Zeeland, etc. etc.

Er is naar mijn verhaal geluisterd en er zijn MRI’s gemaakt van beide knieën. Volgende week heb ik een afspraak met de orthopeed en sportarts. In het beste geval hebben zij dan een diagnose gesteld én een plan van aanpak paraat om mijn knieën er weer bovenop te helpen. In het slechtste geval.. daar denk ik liever nog niet over na. Al kan ik het niet helpen dat mijn hoofd driftig alternatieve mogelijkheden de revue laat passeren. Reizen met een handbike, per paard of kameel, per kajak?

In de afgelopen jaren heeft mijn lichaam me duidelijk gemaakt dat ik er voor door de knieën moet. Dat ik goed voor mijn lijf moet zorgen wil het me de luxe en vrijheid gunnen om te kunnen doen wat ik wil. Dat ik het niet moet uitbuiten. Ik wacht nog even in spanning af en geniet voor nu van elke kilometer die ik fiets of wandel. Ze zijn me te schaars, maar ook zo lief.


En heus, lijf van me… ik heb mijn les geleerd. Mag ik dan nu alsje-alsjeblieft weer de fiets op, de wijde wereld in en mijn dromen achterna?