Dubai Travelers Festival - Een andere wereld

Dubai Travelers Festival – Een andere wereld

(deze blog is geschreven op 18 december)

Toen ik vier weken terug een mail ontving met als onderwerp ‘Dubai Travelers Festival‘ die begon met ‘We willen je graag uitnodigen, uit naam van Zijne hoogheid Sheikh Hamdan Bin Mohammed Bin Rashid Al Maktoum – kroonprins van Dubai’, wist ik even niet wat ik daar van moest denken.
De website die ik vond was sinds 2015 niet meer geupdate. Maar het festival leek in ieder geval te bestaan en ik zag op de foto’s zelfs de bekende gezichten van enkele reizigers.
Na een aanbeveling van een van deze reizigers besloot ik op de uitnodiging in te gaan en enkele dagen later kreeg ik bevestiging dat ik inderdaad mocht deelnemen, alles op kosten van de organisatie.
De ticket kwam pas de dag voor vertrek binnen en de hotelreservering de middag van vertrek. Verder had ik geen enkel idee wat te verwachten, behalve dan dat ik een presentatie van een half uur zou mogen geven.

Ho, even terug in de tijd, naar vier weken terug toen ik de eerste mail ontving.
Ik zat toen op de bank op mijn logeeradres (een heel huis voor mij alleen, wat een rijkdom!). Het was zo’n vier dagen na mijn aankomst in Nederland. Sinds een dag of twee was de wereld een grote waas voor mij geworden. Ik voelde me ziek, hoofdpijn, misselijk, duizelig, wankel, slecht slapen en had vooral het gevoel dat ik er niet helemaal bij was, niet helder, niet scherp, niet helemaal ‘levend’. Fietste ik enkele weken daarvoor nog volle dagen door de Ierse regen, nu was 10 minuten lopen langs het kanaal ineens een opgave. Bij iedere stap die ik zetten leek ik mijn ‘beeld’ (het zien van de omgeving) te moeten stabiliseren. ‘WAT IN HEMELSNAAM is er aan de hand?‘ vroeg ik me af.

Helemaal eerlijk zijnde had ik eigenlijk al wel wat voelen aankomen. De maanden daarvoor, op de fiets en ook wel in Nederland, had ik me geregeld niet helemaal helder gevoeld. Maar nu kwam het ineens keihard binnen. Uit gesprekken met vrienden (waarvan enkelen binnen de psychologische hulpverlening werken) kwam een voorzichtige conclusie dat het overspanning/stress/burn-out achtige verschijnselen waren en dat het misschien iets te maken zou hebben met de (soms zeer) avontuurlijke manier waarop ik leef, gecombineerd met gevoeligheid en een misschien een wat kwetsbare ‘geest’.

Ik schreef het festival terug dat ik interesse had om naar het ‘knettergekke’ Dubai te komen vliegen voor een week waarin ik me volledig in het onbekende diepe zou moeten storten terwijl ik op dat moment niet eens een wandelingetje naar de supermarkt aankon.

Of het me ook zou lukken, daar had ik dus geen flauw idee van, maar 3,5 week verderop leek nog vrij ver weg.
Door de weken heen krabbelde ik langzaam op met totale rust, puzzelen, meditatie, lezen, filmpjes en wandelen als dagprogramma. In week 3 kwam er ineens angst opzetten. Lag ik het afgelopen jaar op de meest ongelofelijk plekken en tussen de wilde dieren in mijn tentje, nam op de bank in een een knus huisje in Tilburg angst ineens dagenlang bezit van me.
Ook dat ebde gelukkig langzaam weer wat weg, maar tot op de dag voor vertrek was ik nog in dubio of ik naar Dubai durfde te gaan. De angstremmers die de huisarts me had voorgeschreven vielen helaas onder de opium wet en konden me in het extreemste geval 4 jaar gevangenis opleveren. Die liet ik dus sowieso thuis.

De dag voor vertrek hakte ik de knoop door en terwijl over Nederland een witte sneeuwdeken werd uitgespreid en het hele OV op zijn kop stond reisde ik af naar Schiphol en vloog naar warmer oorden.

Bij aankomst op Dubai airport ontmoette ik al de eerste andere reizigers, een man die alle 193 landen ter wereld heeft bezocht en een 23 jarige jongen uit Marokko die al drie jaar per voet, fiets en skateboard door Afrika reist. En dit was nog maar het topje van de berg geweldige reizigers die ik in de volgende twee dagen zou ontmoeten en die samen de groep ‘participanten’ vormden; een meid uit Canada die per motor rond de wereld reist, een Marokkaanse vrouw die 6 van de 7 ‘summits’ heeft beklommen, een Zuid Afrikaan die met een microlight (deltavlieger met motor) de wereld rond is gevlogen, een man die met kameel heel Afrika door heeft gereisd, een stel uit Tsjechië dat met een personenauto alle continenten bereisde, twee surfers uit Frankrijk die rond de wereld reizen op zoek naar de meest afgelegen golven en ga zo nog maar even door. Zo’n 25 man in totaal. Wat een groep! Nog nooit eerder was ik onderdeel van zo’n gevarieerde groep reizigers, waar ik ook nog eens een hele week mee op pad mocht.

De eerste middag kwamen twee van de organisatoren ons groeten en werden we meegenomen naar het centrum van Dubai om het hoogte gebouw ter wereld te zien, de Burj Khalifa, van 828 meter hoog en 163 verdiepingen.
We zaten 30km van het centrum in een hotel, en tóch nog in de stad. Ons werd al gauw duidelijk dat we niet ver vooruit hoefden te vragen over de plannen, die ontstonden simpelweg per dag. Wie wanneer zou presenteren was onduidelijk en of er activiteiten gepland waren of dat we vrije tijd hadden was ook maar afwachten in de ochtend wanneer de eerste whatappjes in de groepsapp binnenkwamen.

Twee dagen na aankomst was de opening van het festival. De opzet was prachtig, bedoeïenententen waren opgezet rond een groot ‘veld’. Al kun je het zo natuurlijk niet noemen, want alles was woestijnzand. In sommige tenten werd thee geschonken en lagen zitkussens. In andere stonden collages met foto’s van iedere reiziger en een kaart waarop de gereisde route stond aangegeven. Op het grote podium aan het uiteinde van het ‘veld’ zouden de presentaties gegeven worden. Het was een spektakel, met een blaasorkest, dansers, kampvuur en vele traditioneel geklede ‘Emiraties’. Mannen in witte djellaba’s en vrouwen in chadors, boerka’s en nikabs.

Film impressie van het festival

Alles zag er mooi uit en de sfeer was goed, helaas viel de opkomst nogal tegen. Niet dat het veel aan de sfeer afdeed, maar het overgrote deel van de stoelen bleef de vier festivaldagen leeg.
Elke dag van 16:00 tot ongeveer 23:00 was het festival tijd en gaven mijn medereizigers en ik presentaties over ons reizen, zochten bezoekers ons op met vragen en werd er samen gegeten. Overdag namen organisatoren Awadh en Hesham ons on andere mee naar de ‘spicemarket‘, de ‘old town‘ en het vers geopende ‘Dubai Safari‘. De grootste voldoening haalde ik uit samenzijn met de groep. De uitjes waren leuk in theorie, maar in de praktijk zaten we vaak erg lang in de bus, moest er veel gewacht worden en waren de bezoekjes helaas vaak kort.

De woestijn, de echte zandduinen, die bovenaan mijn lijst stonden, heb ik helaas niet gezien. Wel zijn we met een klein groepje even naar het strand geweest, een plek waar ik (eerlijk is eerlijk) nog niet dood gevonden zou willen worden.

‘MAG JIJ KNUFFELEN?’ vraag ik hem vol verbazing.

De ‘Emiraties‘, de mannen in hun traditionele kledij, waar er in deze wereldstad niet ontzettend veel meer van zijn, waren bijzonder om van dichtbij te ontmoeten. De kleding komt vooral voort uit de cultuur, uit de tijd dat zij met kamelen door de woestijn trokken. Het ‘touw’ op hun hoofd is de lus die ze altijd bij zich droegen en die om de hals van een kameel kon worden gelegd om hem vast te houden of maken. Hoe liberaal of conservatief deze mannen op religieus vlak zijn is aan deze kleding dus niet af te lezen. Het is verschillende malen voorgekomen dat ik of een andere reiziger aan zo’n man werd voorgesteld en dat je uitgestoken hand (als vrouw!) onbeantwoord bleef. De man in kwestie raakt dus niet eens de hand van andere vrouwen dan zijn familie aan. Terwijl een jongeman die precies hetzelfde gekleed ging en met wie ik eerder gegrapt had over een potentieel huwelijk mijn in enthousiasme gespreide armen beantwoorde met een voorzichtige knuffel. ‘MAG JIJ KNUFFELEN?’ vraag ik hem vol verbazing. ‘Ik had nooit verwacht dat je me een knuffel zou geven!’. Hij vertelde mij meer liberaal te zijn en dat er wel meer mannen waren zoals hij, maar dat er door andere wel op neergekeken en over gepraat word. Even later kwam ik hem weer tegen, hij zei me: ‘Nu kan ik je niet knuffelen want ik ben onderweg naar gebed.’ De laatste dag van het festival gaf hij me een hand als begroeting. ‘Geen knuffel meer maar weer handen schudden?’ vroeg ik hem verbaasd. ‘Ja, want mijn zus loopt daar, en dan moet ik straks vanalles uitleggen en verwijten aanhoren.’

Ik als dartelde blije gup (want dat ben ik wanneer ik in mijn element ben) verbaasde me over de stijve, ‘elegante’ en gesofisticeerde manier waarop zowel de Arabische mannen en vrouwen zich bewogen. Geen huppeltje, geen hartelijk lachen, geen rennen, geen dansen, weinig emotie, niets verraadt dat ze ‘mens’ zijn, laat staan dat het kind wat ze ooit geweest zijn nog ergens in hen zit.
Als ik met een paar reizigers de ‘wachttijd’ vulde met dansen draaiden hele groepjes hun hoofden om om ons te bekijken en werd zelfs hier en daar een sluiertje opgetild om dit onwaarschijnlijke gebeuren beter te kunnen aanschouwen. Maar, omdat wij HET onderwerp en de ingevlogen gasten van het festival waren (en dus ook een beetje de ‘aapjes’ om naar te kijken) werd dit allemaal als vermakelijk en interessant beschouwd.

De sfeer in zijn geheel was hartelijk, ongeacht geloof, cultuur, ras, kleding of gedrag. Mijn op dag drie aangedurfde hemdje kon blijkbaar door de beugel, en enkel een jongeman uit polen die een prachtig t-shirt met afbeeldingen van Jeroen Bosch droeg werd gevraagd dat te verruilen voor een shirt met minder aanstootgevende print. Toen ik hem eerder die ochtend aansprak op zijn toffe shirt hebben we er allebei niet bij stilgestaan dan een shirt met blote konten en borsten natuurlijk veel en veel te ver gaat in het Midden Oosten.

Al de gehele week stond er voor de zaterdagavond regen voorspeld, iets wat vrij uniek is in Dubai. Desondanks werd daar niet op voorbereid en toen het zaterdagavond inderdaad ineens begon te bliksemen en het even later losbarstte rende iedereen voor zijn leven op zoek naar beschutting in een van de tenten. Ik schuilde in een originele bedoeïenen tent. Na een minuut of vijf begon die door te lekken en begon het gewicht aan de palen te trekken. Samen hielden we hem staande, maar toen hij toch leek te gaan instorten renden we er aan alle kanten onderuit op zoek naar beter onderdak. De stroom viel uit en toen het weer opklaarde werd de elektronica van het podium al afgebroken. Het is geen Lowlands, geen plastic poncho’s, geen dansen in de regen en zeker geen buikschuiven in de modder! We sloten het festival rustig af en vertrokken richting hotel waar we met de besloten groep van reizigers de laatste drie presentaties hielden in de conferentie ruimte. Even schakelen, maar ook wel een mooi contrast.

Terwijl ik dit schrijf zit ik in het vliegtuig naar Nederland. Terug naar de koude en richting kerstsfeer. Zoals na ieder festival ben ik nog een beetje ‘high’ van de sfeer en de indrukken. Als ik als kind vroeger thuiskwam na turn- of schoolkamp of Lowlands was ik de eerste dag amper aanspreekbaar voor mijn moeder, dan was ik nog ‘daar’.

Het was een belevenis. En ik ben ontzettend blij dat ik gegaan ben. Ik heb me, ondanks de vele prikkels, behoorlijk goed staande kunnen houden en ik heb goede hoop ook voor de voortgang in Nederland. Wat me het allermeeste bij zal blijven van deze gekke, verrassende, onvoorspelbare trip is de waanzinnige sfeer die binnen onze groep ontstond. De leeftijd varieerde tussen de 23 en de 68 en ieder continent (behalve zuid Amerika) was vertegenwoordigd. Ik heb geen twijfel dat ik verschillenden van hen nog eens terug zal zien, ergens in de wereld.

Het was een sprong in het diepe, zeker gezien de ontzettend moeilijke weken die er aan vooraf gingen, maar ik ben verschrikkelijk blij dat ik hem wéér gemaakt heb. Blijkbaar is het niet alleen zo dat een lange klim het mooiste uitzicht geeft. Maar met een sprong in het diepe kun je ook landen in een wonderlijke wereld.