Een echte fietser worden

Een echte fietser worden

Het lijkt wel of ik in Centraal Azië fiets. Het landschap is weids en golvend met bruine en groene tinten en hier en daar een meertje. Ik ben in Connemara. Vanuit Killarney ben ik naar het noorden gefietst. De eerste dagen regende het continu en ook nu is het nog vochtig maar meer dan een beetje miezer valt er niet meer. Ik wist dat Ierland wel mooi is maar ik had niet verwacht dat het zo prachtig zou zijn. Zoals ik al eerder heb ervaren in Noord Amerika, Kazachstan en Rusland voel ik me ook hier direct weer thuis wanneer de natuur opentrekt, wanneer ik omgeven wordt door weidsheid. Voor het eerst sinds lange tijd fiets ik ruim een uur zonder ook maar iemand tegen te komen, geen huis geen auto geen mens. Ik kom aan in Clifden, en toeristisch dorpje waar ik mezelf op een hostel wilde trakteren.

De storm Ophelia is op komst en ik word sinds twee dagen door menigeen gewaarschuwd voor haar. Hoe heftig de storm zal worden is nog maar afwachten maar een nachtje kamperen overslaan is waarschijnlijk geen slecht idee. Clifden heeft volop hotels en een hostel, dat toch nog 24 euro per nacht kost. De man die het hostel runt is kortaf en chagrijnig, ik heb direct al geen zin meer om hier te overnachten. Op mijn gps zie ik dat er 14km verderop drie hostels zijn, in Letterfrack bij de ingang van National Park Connemara. Ik besluit er heen te fietsen en stuit daar op het leukste en schattigste hostel ooit. Het is een oud klooster huis, kleurig geschilderd, gevuld met boeken en met een grote keuken en gezellige woonkamer met haardvuur. Ondanks dat het toeristisch seizoen op zijn einde is tref ik er enkele andere reizigers met wie ik direct leuk in gesprek raak. Hier wil ik wel blijven. Voor het eerst tijdens deze tocht check ik in bij een hostel en ik vind het heerlijk.

De volgende ochtend is het buiten nog doodstil en is er niets te merken van een opkomende orkaan. Ik besluit nog een wandeling te maken voor de storm los barst. Het hekje naar het nationaal park is dicht ‘wegens weeralarm gesloten’ maar ik spring er overheen en loop in mijn eentje de berg achter het hostel op. Ook hier is het weer weids en ik hoef niet bang te zijn voor rondvliegende takken of omvallende bomen. Ik maak een mooie wandeling waarbij hoe hoger ik kom hoe meer de wind toeneemt. Nog voor het einde van de ochtend kom ik terug bij het hostel.

Zo, de rest van de dag mag ik lekker bij het haardvuur doorbrengen in afwachting van de woedende de storm. De andere acht gasten hebben net als ik besloten vandaag binnen te blijven. Samen kijken we naar het weerbericht en hoe de storm dichterbij komt. We wachten en wachten en wachten, maar echt noodweer blijft uit. Geen rondvliegende dakpannen, geen uit de grond gerukte de bomen, geen elektriciteits uitval, geen spektakel. Als de avond valt geef ik de hoop op. In het zuiden van het land heeft Ophelia de nodige schade aangericht maar wij zijn er goed vanaf gekomen, al had ik er toch wel graag wat meer van meegekregen, storm kan tenslotte prachtig zijn. Ik overweeg nog voor de komende nacht mijn tentje op te zetten achter het hostel maar besluit toch mezelf voor nog één nachtje op een bed te trakteren.

Als ik de volgende dag bij het hostel wegfiets heb ik nog slechts vier fietsdagen in Ierland te gaan. In die vier dagen zal ik het land dwars doorkruisen van de westkust naar Dublin aan de oostkust. De eerste fietsdag is prachtig, daarna volgen drie dagen door boerenland waarin grote wegen worden afgewisseld met fietspaden langs kanaaltjes. Het land is vlak en ik sta ervan te kijken hoe sterk mijn benen binnen een maand weer gegroeid zijn. Ik kan grote afstanden afleggen binnen een dag. Op de vierde dag heb ik nog slechts 30km te fietsen om in Dublin centrum te komen. Ik fiets langs een kanaaltje naar de rand van Dublin, vanaf daar kan ik 6 km door Phoenix park fietsen en hoef ik nog maar 1,5 kilometer door de stad om bij het hostel aan te komen waar ik met Ulf heb afgesproken. Ulf is een vriend van mij uit Nederland die me een weekendje op komt zoeken in Dublin. We hebben een hostel geboekt in het centrum van de stad en ik wil al vroeg aankomen zodat wanneer hij arriveert ik gedoucht ben, boodschappen heb gedaan en klaar ben om een maaltijd voor hem te koken. Ik kijk er naar uit om het weekend samen door Dublin te struinen.

Na 20 vlakke kilometers gaat de weg lichtjes bergaf en de rol ik met een vaartje door een witte poort Phoenix park binnen. Omdat ik al een uurtje nodig moet plassen kijk ik er naar uit in dit park openbare toiletten te vinden. Ik kijk om me heen op zoek naar een toilet gebouw terwijl ik met zo’n 35km/u de lege boulevard het park in rol.
Als ik weer voor me kijk besef ik dat de witte streep die ik voor een markering had aangezien eigenlijk een stoeprand markeert. Ik zie hoe mijn voorwiel er op af stevent en hoe ik hem onmogelijk nog kan ontwijken. Ik schamp de stoeprand en word van mijn fiets gelanceerd. Mijn hoofd raakt als eerste de grond en ik voel hoe het de binnenkant van mijn helm ramt. De rest van mijn lijf komt er in volle vaart achteraan en vouwt zich tegen de grond waarbij er een hevige pijn door mijn bovenlijf schiet. Ik lig voorover opgevouwen in het gras en hoor mijzelf schreeuwen van de pijn. Vanuit mijn ooghoek zie ik twee mannen aankomen rennen, ze roepen: ‘Are you OK? Are you OK?‘.

Als ze bij me aankomen weten ze niet goed wat te doen. De man zegt me een ambulance te bellen, ik zeg hem dat ik niet weet of dat wel nodig is, misschien gaat de pijn zo wel over en kan ik weer opstappen. Er arriveren nog enkele anderen en een vrouw knielt bij me neer en blijft bij me zitten tot de ambulance uiteindelijk komt. Ze denkt dat ik moet blijven liggen. Veel keuze heb ik ook niet. De linkerkant van mijn lijf doet pijn en voelt zwaar. Ik kan mijn benen bewegen en ook al mijn vingers en mijn hand, mijn nek voelt ook best oké, gelukkig. Maar mijn schouder voelt niet goed, hij doet pijn maar voelt ook…raar. Ik lig op het natte koude gras en begin te rillen. Er wordt een sjaal en een jas en nog een jas en nog een jas over me heen gelegd. Toch blijf ik rillen van de kou, de pijn en de shock. Ik voel het aankomen en zegt de vrouw dat ik denk flauw te gaan vallen. En daar ga ik.. ik ben maar 2 seconden weg maar in mijn beleving ga ik minuten lang door een achtbaan van nachtmerries.
Waar blijft die ambulance? We hebben er al twee voorbij horen komen maar ze waren beiden niet voor mij.

Na drie kwartier komt hij eindelijk aan, een ambulance van de brandweer. Drie mannen nemen het over, leggen me op de brancard en rollen me in de ambulance. Ik krijg morfine toegediend en ze vertellen me dat ik ieder moment om meer mag vragen, want deze ‘ambulance’ heeft geen vering en we gaan de nodige hobbels tegengekomen onderweg naar het ziekenhuis. Ik hou niet van pijnstillers en vind 2,5 milligram wel genoeg. De mannen verzorgen me goed, trekken mijn doorweekte koude schoenen en sokken uit en stoken de verwarming in de ambulance op.

Op de eerste hulp is het druk, ontzettend druk. De pijn neemt weer toe en ik vraag de mannen, die staan te wachten tot de stretcher waarop ik lig weer vrijkomt, om nog wat morfine. ‘Helaas’ zegt een van hen, ‘omdat we nu in het ziekenhuis zijn mogen wij niets meer doen.’ De verpleging hier heeft het echter te druk voor mij en ondanks dat ik aangeef veel pijn te hebben kan ik naar mijn pijnstilling fluiten. Wel mag ik uiteindelijk naar de toilet. Daarna aword ik in een rolstoel geplaatst en aan de kant gezet. De mannen nemen een stretcher mee, zij hebben goed voor me gezorgd. In de rolstoel zit ik maar te wachten en te wachten tot er iemand naar me om kijkt. Ineens voel ik het weer opkomen en ik roep een broeder en zeg: ‘Ik denk dat ik flauw ga vallen, kun je hierheen komen?’ Hij kijkt me aan met een blik van ‘hm, daar moet ik zo misschien eens even langslopen’. Ik kom bij uit weer een achtbaan van nachtmerries en een broeder en zuster zitten geknield bij mijn rolstoel en voelen mijn pols. Ineens is er een bed voor me vrij en krijg ik pijnstilling toegediend. Niet veel later staat de dokter aan mijn bed, een zorgzame, vriendelijke vrouw van achter in de 30. Ik ben blij dat ik weer lig.

Alles gaat hier langzaam, maar uiteindelijk mag ik dan weg voor een X-ray. Ik word verplaatst door de gangen van het ziekenhuis alsof er met een leeg bed wordt rondgereden, er wordt geen oogcontact gemaakt. Na de X-ray is het wachten op de uitslag. Ik blijf mezelf voorhouden dat alles zo traag gaat omdat er anderen zijn die de hulp harder nodig hebben en die er veel slechter aan toe zijn dan ik, desondanks is het moeilijk geduld te hebben als je pijn hebt en bang bent voor de diagnose.

Wanneer ze zegt dat ik de komende zes weken niet mag fietsen moet ik voor het eerst echt huilen.

De dokter komt bij me zitten en vertelt me het goede nieuws dat er met mijn nek niets aan de hand is, maar helaas is mijn sleutelbeen gebroken. Ze vindt het duidelijk niet leuk het nieuws te brengen, het is namelijk gebroken op een onvoordelige plek, aan het uiteinde vlakbij de schouder, een plek die naar haar zeggen veel pijn zal doen en wat langzamer heelt. Wanneer ze zegt dat ik de komende zes weken niet mag fietsen moet ik voor het eerst echt huilen.
Algauw besef ik me ook hoeveel geluk ik heb gehad. Mijn nek is intact, mijn hoofd is intact en de rest van mijn lijf is er ook goed aan. Als ik toch geen helm op had gehad…dan weet ik niet hoe en zelfs of ik hier nu had gezeten. Ik mag eindelijk wat eten en nu is het wachten op Ulf, die inmiddels is ingelicht en mij in het ziekenhuis komt ophalen. Ik mag naar ‘huis’ op voorwaarde dat er een volwassene bij mij is die een oogje op mij houdt, in verband met de kans die er bestaat dat ik toch ook een hersenschudding heb. Inmiddels is het avond en nog voor Ulf aankomt krijg ik bericht dat er bezoek voor mij is, de vrouw die zich vanmiddag in het park over mij ontfermt komt me opzoeken. Als ze binnenkomt moet ik direct huilen, het raakt me zo dat ze daar speciaal voor mij naartoe is gekomen. Ze heeft ook nog eens een tasje bij zich met een tandenborstel, doucheproducten, chocolade en sap. Een engel!

Een uurtje later komt Ulf aan en na instructies van de arts en het omhangen van een mitella mag ik met hem mee en bestellen we een taxi naar het hostel. Mijn tas met kleren heb ik bij me, mijn fiets en de rest van mijn spullen staat opgeslagen in het wachthuis bij de poort van Phoenix park.

Het is fijn om Ulf te zien. Een bekend gezicht en ook nog eens dat van een hele lieve vriend waar ik me vertrouwd bij voel. De eerste nacht slaap ik vrijwel niet maar door de pijnstilling ben ik heel relaxed en kan ik het allemaal even rustig binnen laten komen. Ik overdenk mijn opties; wat nu, waarheen, Canada, Nederland? Ik besef dat ik de komende weken weinig anders zal kunnen dan op mijn kont zitten. Wat zou het zonde zijn als ik niet naar het Banff festival in Canada zou gaan. Als ik toch enkel kan zitten dan liever bij het Banff filmfestival dan in Tilburg op de bank, toch? Na een telefoontje met mijn moeder en kletsen met Ulf hak ik de knoop door, ik ga toch naar Canada! De volgende ochtend struin ik het internet af naar een betaalbare ticket terug van Canada naar Nederland na het festival. Ik hoef niet te denken dat ik mijn fiets mee zou kunnen nemen en daar enkele weken na het festival alweer op stap. Mijn tassen zal ik dus aan Ulf meegeven en mijn fiets opsturen naar Nederland. Een heel geregel, vooral met maar één arm, pijn en amper energie.
Ik ga naar Canada met slechts een rugzakje, voor 16 dagen.

Op zondagavond is het tijd voor Ulf om terug te vliegen naar Nederland. Ik verplaats naar Jasper, een vriend van mij uit Nederland die sinds een jaartje in Dublin woont. Wat een geluk heb ik weer, een vriend uit Nederland op bezoek en een vriend die hier woont waar ik terecht kan, ik ben een gezegend mens.

Zes weken niet fietsen zei de arts, maar even later werd uit het gesprek duidelijk dat ik na die zes weken wat fietsen betreft zal moeten beginnen met stukjes in de stad, ik hoef niet te denken dat ik dan al op een zwaarbeladen reis fiets kan stappen lange fietsdagen te maken en de wereld rond te trekken. Daar zal zeker nog wat meer tijd overheen gaan.
Ik vind het belangrijk mijn sleutelbeen goed te laten helen en niet te vroeg weer op te stappen om even later weer af te moeten stappen en van voor af aan te moeten beginnen. Daarom kom ik ook terug naar nederland. Als ik in Canada naast mijn fiets op de genezing ga zitten wachten stop ik vast en zeker te vroeg op.

‘Je bent pas een echte fietser als je minstens één keer je sleutelbeen hebt gebroken.’

Ik vind het moeilijk mijn plan voor Canada los te laten. Ondanks dat het een grote uitdaging was keek ik er erg naar uit om in Canada te fietsen in de winter, door de sneeuw. Dat plan ga ik helemaal loslaten. Nu een dag of vijf na de val merk ik ook al dat het op een bepaalde manier fijn is dat ik nu met een volledig schone lei een plan mag gaan maken. Ik zal weer in Nederland zijn en kan iedere windrichting op die ik maar wil; zuid Amerika, Azië, Afrika, Oceanië. Alles is ineens mogelijk. Het plan om door Canada te fietsen in de winter kwam voort uit het feit dat ik toch daar heen zou gaan voor het festival. Het canvas is nu nog wit en daarop mag ik een nieuw plan gaan uitschilderen.
Zo komt uit deze grote tegenslag ook weer iets moois naar voren.

Zoals een vriendinnetje van mij treffend zei:
‘Je bent pas een echte fietser als je minstens één keer je sleutelbeen hebt gebroken.’
De volgende Tour de France zal ik inderdaad met meer inlevingsvermogen kunnen kijken naar de fietsers die over hun stuur heen vliegen bij een valpartij en met een gebroken sleutelbeen de tour moeten verlaten.
Ik ben nu één van hen.

Morgenvroeg vlieg ik naar Canada. De pijn in mijn sleutelbeen is heel dragelijk zolang ik mijn arm stil en in de mitella houd. Ik hoef niet te denken dat ik hem ook maar op de een of andere manier kan gebruiken of bewegen. Gelukkig heb ik in Banff een fijn logeeradres en hoef ik slechts een stukje te lopen naar het Banff center waar het festival plaatsvindt. Daar mag ik negen dagen lang naar films kijken, lezingen bijwonen en niet te vergeten mijn eigen film PEDAL aankondigen.

Ik kijk enorm uit naar de komende twee weken in Canada.
Op 13 november land ik dan weer in Nederland en dan.. ach, dat zien we dan wel weer…

BANFF!!

(p.s. Deze blog is geschreven via de spraak naar tekst functie van mijn laptop. Het kan dus goed zijn dat mijn schrijfstijl anders is dan anders. Gelukkig is het slechts aan een tijdelijk niet te gebruiken hand te wijten en niet aan mijn hoofd.)

Deze blog is mede mogelijk gemaakt door UVEX 😉
oftewel, DRAAG EEN HELM!