De smaak van Canada

De smaak van Canada

Een reis is als een gerecht, een samenstelling van ingrediënten.
Soms als een driegangen menu; een memorabel voorgerecht (waar en hoe ik wakker word), een subliem hoofdgerecht (de fietstocht van de dag) en een heerlijk dessert (de aankomst en het doorbrengen van de avond).
Een andere keer is de hele dag als een lunch van oude boterhammen met plakkerige pindakaas; opstaan in de regen, tent inpakken, een fietsdag door grauwe mist en een aankomst in natte kleren, zonder gezelschap en in een drassig bos.

Als ik maanden terugkijk is het als een lasagne waarvan de ingrediënten nog moeilijk te onderscheiden zijn, al blijft de smaak me goed bij. Maar een terugblik op recente weken is als een pizza quattro stagioni waarvan ik nog precies weet welk ingrediënt iedere hap zo smaakvol maakte.

Of het nu een droge oude boterham pindakaas is of een drie gangen menu waar je je vingers bij aflikt, je moet er je tanden in zetten! Soms is het genieten, soms doorbijten en kauwen.

Non stop regen en weinig uitzicht

Non stop regen en weinig uitzicht

Nee, deze blog gaat niet over eten (ondanks dat ik een steeds betere reiskok word en van de één- naar de tweepans gerechten ben overgestapt), maar veelal over het voornaamste ingrediënt dat mijn afgelopen fietsweken op smaak maakte, namelijk: de mensen die ik ontmoette.

Het begon al goed in Prince Rupert, waar ik mijn rustdag in de bibliotheek doorbracht met het uitwerken en posten van mijn blog. Toen de bibliotheek sloot en een van de medewerkers mij (en twee fietsters die ik op de boot ontmoette) buiten in de regen met mijn fiets trof, nodigde hij ons uit om de nacht bij hem en zijn gezin in huis door te brengen.
Eerder die dag was er al een jonge vrouw met haar truck bij me gestopt om me uit te horen over mijn reizen en bij haar thuis uit te nodigen in het stadje Revelstoke.

Na een nacht in luxe in Prince Rupert (een bed, douche, wasmachine, internet, ontbijt aan de keukentafel, alles wat normaal gesproken in een huis aanwezig is maar voor een fietsreiziger tot luxe en verwennerij verword) stapte ik, van kruin tot teen waterdicht ingepakt, op de fiets. Aan de 2,5 meter regen die daar per jaar valt werd die dag een fiks aandeel geleverd. Ik volgde de gehele dag een rivier (water) en zonder het te kunnen zien wist ik dat links van mij de bergen stijl de lucht in gingen, te horen aan het kletterden en klaterden van ontelbare watervallen (nog meer water).
Bij ‘aankomst’ op mijn natte kampeerplek zie ik een zwarte beer de weg oversteken. Dat blijft een moment dat alles om me heen even wegvalt en ik alleen maar ‘BEER’ zie.
Ik stroop de natte lagen kleding (ondanks de regenkleding) van mijn lijf en zit even later in droge warme kleding te kokkerellen onder een afdakje.

Rain(bow) summit net buiten Prince Rupert

Rain(bow) summit net buiten Prince Rupert

Waterval na waterval klatert naast me van de bergen af

Waterval na waterval klatert naast me van de bergen af

Na twee dagen vol regen klaart het wat op en kan ik weer zien waar ik rijd als ik van Terrace naar Smithers fiets. Bergen links van me en bergen aan de overzijde van de rivier rechts van me. In Smithers verteld mijn gastvrouw me dat de weg vanaf daar tot McBride eentonig is en dat ik zou kunnen overwegen de trein te pakken. Maar na mijn tocht met de veerboot vind ik het wel even mooi geweest met ‘excuses’, ik wil fietsen! Maar inderdaad, los van het feit dat ik het leuk vind om na lange tijd weer landbouw te zien, koeien, paarden en akkers, is de weg lang, recht en eentonig. De heuvels zijn niet stijl maar talrijk en de schijnbare zinloosheid van op en neer en op en neer en op en neer zonder een top of pass te bereiken werkt demotiverend en vermoeiend.

Dag 2 met iets meer uitzicht op de overzijde van de rivier

Dag 2 met iets meer uitzicht op de overzijde van de rivier

De Fraser river

De Fraser river

In Fraser Lake zet ik mijn tentje op in een park aan het meer, onder een afdak en met een picknicktafel als luxe om aan te koken en eten. Juist als de zon onder gaat stopt er een camper in het park, waaruit een jongeman stapt die mijn richting op komt. Als ik hem begroet blijkt hij mij echter nog niet opgemerkt te hebben en vol verbazing richt hij zijn zaklamp op mij en vervolgens op mijn fiets en tentje. Na een begroeting word al gauw duidelijk dat we beiden Nederlanders zijn en vervolgens stappen er nog één, twee… drie andere mannen uit de camper, stuk voor stuk verrast en verbaasd over mijn aanwezigheid. De heren blijken uit Friesland te komen en even later zitten we samen in de camper aan de soep met broodjes. Vier Friezen en een Brabantse fietser in een donker park aan een meer in Canada.
De volgende ochtend kan ik aanschuiven voor koffie en ontbijt en word ik na vier stevige knuffels uitgezwaaid door de Friese heren.
En zij maar zeggen dat de Nederlanders een puntje kunnen zuigen aan de Canadese gastvrijheid, zich niet beseffende hoe ze mij zelf ontvangen en in hun armen gesloten hebben.

De vier Friese mannen

De vier Friese mannen

Goede start van een fietsdag

Goede start van een fietsdag

In het eerstvolgende tankstation waar ik stop om mijn bidons te vullen raak ik uitgebreid in gesprek met de Indiase Preed. Een jongeman die naar Canada is gekomen om te studeren, werken en op eigen benen te staan. Hij support me met koffie en broodjes en als ik de deur uitga is dat met een uitnodiging voor India en zijn contactgegevens op zak.

4 Friezen en 1 Indiër en de dag is nog maar net begonnen..

Prince George. Daar maken ze dus al die wolken en mist!

Prince George. Daar maken ze dus al die wolken en mist!

Ergens in mijn berekeningen bleek ik mijlen en kilometers door elkaar gehaald te hebben en daar kwam ik achter toen ik van Prince George in één dag naar McBride wilde fietsen. Gezien ik in Jasper wilde zijn op mijn verjaardag en het lange ‘saaie’ stuk naar McBride niet één maar twee fietsdagen zou kosten besloot ik daar een flink stuk van te overbruggen met een lift. De eerste de beste bestuurder die ik bij het tankstation om een lift vroeg laadde mijn fiets achterin en nam me mee. In McBride zou ik te gast zijn bij Westley en Brandon. Meer dan de naam van de ‘weg’ die ik in moest slaan en hun namen had ik niet.

Even een terugblik naar de Yukon!
Ergens tussen Dawson en Whitehorse zat ik ’s ochtends met mijn brandertje klaar om mijn ontbijt te koken toen er een busje stopte en een jongeman met wilde lange dreadlocks mij nog warme, te veel gekookte, havermoutpap aanbood als ontbijt. Hij, Colin, was op een ‘roadtrip’ in zijn bus, onderweg naar Alaska. We kletsten een half uurtje terwijl ik me aan de pap tegoed deed en hij vertelde me contact met hem op te nemen als ik McBride naderde, daar zouden vrienden van hem me vast en zeker onderdak bieden.

Zo gezegd, zo gedaan. En zo fietste ik die dag in McBride Garret road op.
‘A little bit down a dirtroad’ was de enige aanwijzing die ik had meegekregen. De eerste honderden meters passeerde ik verlaten cabin na verlaten stacaravan om me vervolgens tevergeefs door 4 kilometer modderweg heen te worstelen op zoek naar een bewoond huis. Ontmoedigd en enigszins geïrriteerd keerde ik om toen de weg eindigde in dichte begroeiing, om een uur later het huis te vinden aan het uiteinde van de andere, niet modderige, afslag van Garret road. Een houten cabin met een rokende schoorsteen omringt door velden met enkele koeien en paarden.

De logcabin van Wesley en Brandon

De logcabin van Wesley en Brandon

Ik klopte op goed geluk aan en een jongeman met een wilde blonde baard, zwarte vegen in zijn gezicht en een hoed op deed stomverbaasd open (Westley). Het duurde even voor hij zei ‘Oooh, I know who you are! Colin told me about you! I totally forgot you were coming.’ Hij moest toevallig net van huis en ik werd opgevangen door een tweede jongeman met een iets minder wilde rode baard en lang rood haar (Brandon).
Een moment dacht ik ‘waar ben ik nu toch weer beland?’. En voor mijn gastheer, die sinds kort bij de jongen met de blonde baard inwoonde, kwam ik duidelijk ook totaal onbekend en onbestemd uit de lucht vallen.
Een douche en een kwartiertje van wennen en aftasten later klikte er iets en kwam de trein op gang, in volle vaart. We ontdekten verschillende gemeenschappelijke interesses, gedachtegoed, meningen en vooral ook humor en belandden via onbekende wegen binnen een uur bij het zingen van ‘Paradise by the dashboardlight’.
Toen Westley even later thuiskwam stapte hij zonder haperen op diezelfde trein.
Hij noemt zichzelf een ‘mountainman’. Een jongeman van 27 jaar zonder laptop, telefoon en horloge. Wonend in een ‘logcabin’ in een vallei die bestempeld wordt als ‘vervloekt’, niet op de laatste plaats vanwege de vreemde buitenaardse verschijnselen die er geregeld worden waargenomen.
Deze mannen staan niet met één been in ‘de maatschappij’, zoals ik mijzelf soms zie, hooguit met een teen. Ze leven op hun eigen wijze zonder er iets aan gelegen te laten wat de rest van de wereld doet of daarvan vindt, maar met des te meer respect, bewondering en liefde voor de wereld en de natuur om hen heen.
Hun grootste zorg is voldoende brandhout verzamelen voor de winter, groenten uit de moestuin oogsten en het schieten van wild voor de vleesvoorraad. De tijd die over is wordt doorgebracht met praten, liedjes bedenken op de banjo, wandelen en voorbereidingen voor het starten van een boerderij. De naam is er al; ‘Lady Nature’s acres’.
Toen ik hen de volgende ochtend met een paar stevige knuffels gedag zei moest ik even slikken bij de gedachte dat de kans klein is dat ik ze nog eens terugzie. In minder dan 24 uur was ik van aftastend en terughoudend gegroeid naar een ‘beetje verliefd’ op deze jongemannen en de eenvoud, puurheid, diepgang en liefde die in hun huist.

Mount Robson

Mount Robson

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vanaf McBride begonnen de bergen weer langs mij op te rijzen, de toppen bedekt met een laag verse sneeuw. Geleidelijk klom ik de eerste fietsdag richting Rocky Mountains en zette mijn tentje neer op de gesloten camping (einde seizoen) bij Mount Robson. De volgende dag op de fiets zat ik na een uurtje in de sneeuw. Eerst kleine vlokjes, vervolgens grotere. Natte sneeuw, maar een voorbode voor wat nog zou komen.
Zoals ‘gepland’ bereikte ik op 7 oktober Jasper, een klein toeristisch stadje in het Jasper Nationaal park.
De regels voor kamperen zijn hier strikt en ik was genoodzaakt om naar de camping 5km buiten het stadje te fietsen. Voor mijn kleine tentje alleen dezelfde prijs betalen als een dikke camper met vijfkoppige familie staat me tegen en dus racete ik achter een auto aan die me voorbij reed richting ‘receptie’ om zich te melden voor een kampeerplek. Even later zette ik mijn tentje op in het gezelschap van drie jongemannen uit Washington state die die dag begonnen waren aan hun jaarlijkse weekje vakantie samen. ’s Avonds aan het kampvuur aten we ‘traditioneel Amerikaanse macaroni cheese with hotdogs’ waar ik tot mijn grote blijdschap wat verse knoflook aan toe mocht voegen.

Een rendier in Jasper Een rendier in Jasper

Voldaan en vermoeid kroop ik met kleren en al aan in mijn slaapzak voor een frisse nacht.
Toen ik ’s ochtends wakker werd voelde ik me direct jarig! Ik diepte de al in Mei meegegeven verjaardagskaart op uit mijn fietstas en las de lieve woorden in mijn moeders handschrift voor haar jarige dochter in Verweggistan. Die fijne start werd gevolgd door ‘traditioneel Amerikaanse blueberry pancakes with bacon and maple sirup’ die de heren bakten als ontbijt, waarna ik afscheid van hen nam om door lichte sneeuwval terug naar Jasper te fietsen.
Ook inmiddels in Jasper aangekomen was de Engelse Shaun, die ik 3 maanden geleden ontmoette op de Denali highway. Hij en zijn vriendin nodigden me uit voor gebak in een warm koffietentje, terwijl het buiten maar bleef sneeuwen en Jasper langzaam steeds witter kleurde. Nog nooit eerder vierde ik mijn verjaardag in de sneeuw en het voelde op en top feestelijk!

Scot, Trevor en Tim aan de slag voor het ontbijt

Scot, Trevor en Tim aan de slag voor het ontbijt

Goed gezelschap op mijn verjaardagsochtend

Goed gezelschap op mijn verjaardagsochtend

In tegenstelling tot de afgelopen tien jaar, waarin ik altijd met gemengde gevoelens ‘verjaarde’, keek ik er dit jaar al dagen naar uit om JARIG te zijn. Om te vieren!
Ik ben precies waar ik wil zijn, op dit moment in mijn leven, op deze plek! Ik heb niets méér te wensen dan dat wat ik voor mijzelf dit jaar mogelijk heb gemaakt. Ik fiets over de wereld in alle vrijheid, ik heb een groep mensen (op afstand) om mij heen die mij ondersteunen in enthousiasme en zelfs in materiaal (Santos) en ik vul mijn reisbudget aan door het schrijven van mijn blog voor WeLoveCycling.
Nu ik volledig op mijn plek en in mijn element ben verbleekt het getal van mijn leeftijd tot enkel een markering van het aantal jaren dat ik al op deze prachtige aardbol heb doorgebracht. 31 jaren! Dat mag gevierd worden. En zoals ik ook de KM markeringen langs de weg graag zie oplopen, hoop ik dat ook de markering van mijn leefjaren ook nog ver op zal lopen. Dag voor dag, 365 dagen om te fietsen naar de volgende mijlpaal.

Op de ochtend van mijn 31e verjaardag

Op de ochtend van mijn 31e verjaardag

Zoals je kunt lezen heb ik in de afgelopen twee weken van een heerlijke pizza mogen genieten met als hoofdingrediënt de fijne, lieve en inspirerende mensen die mijn pad kruisten. Zij maakten de ‘oude snee brood met pindakaas’ van saaie fietsdagen in de regen en mist makkelijker verteerbaar.

Morgen stap ik weer op de fiets, na een verjaar- en een rustdag, hongerig naar meer!
Ik ga van start samen met Shaun en zijn vriendin Mel. Naar het fietsen van de Icefields Parkway heb ik al vanaf voor mijn vertrek uitgekeken. De voorspellingen zijn goed, koud maar helder weer met een zonnetje, temperatuur rond het vriespunt die in de nachten zal dippen tot rond de -12C. Een goede test van mijn winteruitrusting.
Als ik om mij heenkijk zie ik aan alle kanten besneeuwde bergen. Ik zou willen dat ik vanuit de lucht een foto kon maken van deze overweldigende omgeving en van mezelf als kleine, warm ingepakte, fietser temidden van die reuzen van bergen. Als ik mezelf daar in mijn verbeelding zie staan krijg ik het gevoel dat alles mogelijk is. Een heerlijk gevoel dat me het vertrouwen en lef geeft om verder te fietsen, de wijde witte wereld in!

De gele lijn loopt van Prince George naar Jasper. De oranje lijn is het begin van de Icefields Parkway.

De gele lijn loopt van Prince George naar Jasper. De oranje lijn is het begin van de Icefields Parkway.