Alaska leren kennen

Alaska leren kennen

Terwijl ik hier aan de entree van het Denali National Park, achter mijn laptop zit kan ik alleen maar denken; ‘wat is er veel te vertellen’.

Hoe meer nieuwe indrukken je opdoet en hoe meer nieuwe dingen je beleefd, des te langer voelt de tijd die is verstreken. Dat las ik tijdens mijn vorige reis in het toffe boek ‘het Geheugenpaleis’ van Joshua Foer. Ik kan niet zeggen dat de afgelopen twee weken aanvoelen als een maand maar vooral dat, naarmate ik ‘langer’ op reis ben, tijd zijn bekende betekenis verliest.

Prachtig weer en uitzicht vanaf de Denali Highway

Prachtig weer en uitzicht vanaf de Denali Highway

(op de website vind je hier een video)

Er is zoveel te vertellen. En dat terwijl ik maar zo’n 200 kilometer verwijderd ben van de plek waar ik mijn vorige blog schreef, aan een rivier die de Denali highway kruist.

Om te beginnen, de Denali highway ligt niet in het Denali National Park en ook niet in het Denali State Park. Om het je moeilijk te maken, heeft Alaska; National Parks en State Parks, State Recreation Area’s en State Recreation Sites. Wie wil weten wat het verschil maakt is bij mij aan het verkeerde adres. Ik stel slechts belang in het bordje ‘NO CAMPING’ dat mij voldoende informatie geeft over wat wel en niet in dat Park, die Area of Site mag.

Amerikanen zijn gek op borden. Hoe groter hoe beter! Vooral ‘PRIVATE PROPERTY!’, ‘NO TRESPASSING’, ‘GET OUTTA HERE’ en ‘IF YOU STEP ON MY PROPERTY I WILL SHOOT YOU’ zijn populair. Mij is uitgelegd dat het allemaal niet zo kwaad bedoeld is, maar slechts gedaan wordt om diefstal tegen te gaan. Toch lijkt het mij sterk dat de gemiddelde Amerikaanse dief zich na het lezen van zo’n bordje achter zijn oren krabt, omdraait en besluit zijn geluk bij de buren (zonder bordje) te beproeven.

Denali Highway

Denali Highway

Langs de Denali highway waren de bordjes gelukkig dun bezaaid. Alles was daar dun bezaaid, behalve bomen, beren en andere beesten.
Een nacht kampeerde ik bij een lodge. Ik ruil voor mijn hulp met de afwas mocht ik er mijn tent opzetten, douchen en ‘all you can eat’ ontbijten. Ik bofte want de heren des huizes keken graag naar de Tour de France (zonder de regels van het spel te snappen). Ik legde hen uit hoe de race in elkaar zit en pikte zo zelf het legendarische moment mee dat gele trui drager Froome, na een valpartij, zonder fiets tegen de Mont Ventoux op rende.
Op de Amerikaanse zender werden de beelden van de valpartij tot in den treure herhaalt, begeleid door een hysterische commentator en muziek als uit een actiefilm.

Cool gezelschap op de Denali highway

Cool gezelschap op de Denali highway

Prachtig uitzicht

Prachtig uitzicht

De enige brug op de Denali highway

De enige brug op de Denali highway

Maar terug naar de fiets, mijn fiets! Heel wat steviger dan die van Froome, blijkt wel.
De Denali highway was een hoogtepunt. Wat een genot om over een rustige gravelweg door de wildernis te fietsen. Nu en dan gepasseerd door een pickup truck of camper, maar niet te vergelijken met de hoofdwegen hier.
Mijn laatste avond daar kampeerde ik voor het eerst alleen volledig in de wildernis. Het besef van de enorme hoeveelheid beren in dat gebied maakte me in het begin enigszins nerveus. Maar toen mijn tentje eenmaal stond, ik gekookt had, mijn etenswaren ver van de tent had opgeborgen en een klein kampvuurtje aangelegd voelde ik me verbazend om mijn gemak. Tot ik in het meer, niet ver van me vandaan, een steeds terugkerend gespetter hoorde, als van een groot dier. Vanaf mijn tent zag ik een groot bruin dier onder water gaan en met gespetter weer bovenkomen, maar ik kon niet uitmaken wat het was. Een eland? Of een grizzly beer…? Voorzichtig beetje bij beetje naderend kon ik mijzelf uiteindelijk geruststellen. Een eland! Een prachtige grote vrouwtjeseland die lekker stond te snacken van de waterplanten in het meer. Wat een magisch beeld, dat grote dier ongestoord midden in het water op een avond in de wildernis!

FREEDOM!

FREEDOM!

WILDERNESS

WILDERNESS

Mijn kampeerplek voor de nacht

Mijn kampeerplek voor de nacht

Vrouwtjes eland aan het snacken in het meer

Vrouwtjes eland aan het snacken in het meer

Het einde van de Denali highway in zicht

Het einde van de Denali highway in zicht

Vanaf de Denali highway vervolgde ik mijn weg terug richting zuiden. In Willow was ik te gast bij een WarmShowers host. Een vrouw van 68 die alleen in een groot huis woont met prachtig uitzicht over de bergen. Zelf is ze geen fietser, maar haar fietsende dochter heeft haar geënthousiasmeerd voor WarmShowers en zodoende heeft ze deze zomer voor het eerst, met veel plezier, geregeld fietsers over de vloer. Ondanks haar 68 jaren, MS en reuma, houdt ze haar grote tuin geweldig bij, verzorgt ze 14 honden en ‘musht’ ze. Mushen, oftewel; staande op een slee voortgetrokken door honden een route afleggen. Een populaire sport hier in Alaska. Mensen die wedstrijden doen hebben vaak wel een stuk of 48 honden. De grootste race is wereldberoemd, de Iditarod van Anchorage naar Nome, 1609km zonder support. Iedere avond de slofjes van zo’n 64 hondenpootjes halen, 64 hondenpootjes masseren. Sneeuw voor ze smelten, ze eten geven, jezelf eten geven, een paar uurtjes slapen, 64 slofjes weer aantrekken en verder ‘mushen’. Dit alles ver onder 0 op eindeloze sneeuwvlakten. Het wordt niet voor niets ‘The Last Great Race on Earth’ genoemd.

De honden van Elaine

De honden van Elaine

Na een mooie rit langs de Old Glenn highway sloeg ik af om de doodlopende weg langs de Knik River in te fietsen. De route leek me mooi en verderop aan deze weg woonde ook een WarmShowers host. Nadat ik in IJsland enorm heb genoten van het alleen zijn en nog weinig behoefte en ruimte had voor gezelschap, heb ik er hier in Alaska weer zin in om contact te maken met anderen en verhalen uit te wisselen.
Ik had het niet beter kunnen treffen. Hier aan de Knikriver belandde ik bij een 40 jarige fietsfanaat met wie ik eindeloos kon praten over fietsen, reizen, de maatschappij, Amerika, religie en psychologie. Een verademing. Soms merk je pas wat je mist op het moment dat het er weer is. Praten met een vriend. Ik schreef in drie dagen tijd vier brieven, edite het filmpje voor deze blog, deed wat onderhoud aan mijn fiets, lachte, praatte en kreeg heerlijk te eten. Na deze dagen was mijn (blijkbaar toch) leeglopende batterij weer volledig opgeladen.

Knik river

Knik river

Typisch Amerikaanse postbussen

Typisch Amerikaanse postbussen

Op naar het vliegveld in Anchorage! Inderdaad, het startpunt. Niet om te vliegen, maar om iemand van het vliegveld te halen. Gezelschap!
Na lang wikken en wegen en veel vijven en zessen (ik ben zeer gehecht aan mijn staat als SOLO fietser) had ik mijn vriend Joost ‘thumbs up’ gegeven om een ticket te boeken om mee te komen fietsen. Gewapend met een Hollands oranje prachtige Santos kwam hij aan.
Een allround sporter, maar nieuw in het fietsreizen.

Na twee dagen Anchorage zijn we opgestapt richting Hatcher pass. Een pass geroemd om zijn pracht en berucht om zijn stijgingspercentage. Óf Alaskanen hebben net zo slappe beentjes als dat ze koffie zetten óf de mijne zijn inmiddels net zo sterk als zij onze koffie vinden. Hoe dan ook, in slakkentempo, maar gestaag, trapte ik de pass op. Wat een genot! Ik hou van klimmen! Ik mag dan langzaam klimmen maar ik kom boven, ik kom (altijd) boven.
Aan de andere zijde van de pass strekte zich een prachtig groen landschap voor ons uit met een afdaling over gravel van ruim 40km.
Moe en hongerig kwamen we na een dag van 106km (weer) aan bij Elaine, de vrouw met het uitzicht en de sledehonden.

Stroomopwaarts richting Hatcher pass

Stroomopwaarts richting Hatcher pass

Mooie uitzichten onderweg

Mooie uitzichten onderweg

Mijn trage doch gestage klim

Mijn trage doch gestage klim

De afdaling in zicht

De afdaling in zicht

Joost onderweg nar de top

Joost onderweg nar de top

Vanaf daar trapten we drie regenachtige dagen richting Denali National Park, alwaar we nu aan de ingang op de camping staan. Tijd voor een rustdag, tijd voor een blog. Als de benen morgen wat zijn uitgerust gaan we een flinke wandeling maken. De dag daarna fietsen we hopelijk een eerste dag op de parkroad. Al is het nog afwachten, gisteren is er een ‘mudslide’ (modder dus) naar beneden gekomen die de weg blokkeert. En anders dan in veel oost Europese en Aziatische landen waar ik gefietst heb geld hier de regel: ‘REGELS ZIJN REGELS‘. Als zij besluiten dat wij daar ook met onze fiets niet langs kunnen, kunnen wij daar ook met onze fiets niet langs. Al kan het goed zijn dat in werkelijkheid niet onmogelijker is dan je fiets over 30 meter door een dun laagje modder sturen. Regels zijn regels. En gezien het gemak waarmee men elkaar hier voor het gerecht daagt, in de gevangenis gooit of een ‘bullit’ in je ‘head put’, zullen we ons daar maar netjes aan houden.

Geen spannende cliffhanger dus. Maar liever dan de Amerikanen uitdagen gaan we desnoods een dagje extra wandelen, vuurtje stoken, bleuberries plukken, tosti’s en beren roosteren en genieten van het gelukkig inmiddels droge maar frisse weer.

 

Oh, en hier is een foto van de ‘mudslide‘…

13876402_1305371056154677_2134820186320041462_n

…misschien kunnen we er toch nog niet langs…