Pamir deel 2; Rauw & Puur

Pamir deel 2; Rauw & Puur

Reve, Kargush, Alichur, Murgab, Akbaytalpass, Kara-kul, grensovergang Tadzjikistan, Sary-tash, Osh, Kashgar
7616km

(voor ik het vergeet; ik heb drie filmpjes toegevoegd aan de blogs ´Van kaal Kazakhstan…´ en ´Van ontroering…´. Je vindt ze tussen de tekst.)

Hier is dan eindelijk deel 2 van de Pamir-blog.
Het terugkijken van de foto´s geeft me een gevoel van heimwee en kriebels in mijn buik, ´was ik nog maar daar´. Tijdens mijn hele reis tot nu toe ben ik nergens zo ´in mijn element´ geweest als in de Pamir. Daar lijkt alles logische en het leven zo klaar als een klontje. Ondanks de hoogteziekte, diaree, koude, smerige toiletten, ontbrekende douches en vele ontbrekende levensmiddelen. Daar gedij ik het beste. Waar de reizigers rauw zijn en de omstandigheden ruw. Rauw en ruw, maar puur..
Dat is ook precies wat Felipe en ik tegen elkaar zeiden toen we op een avond aan het Kara-kul (meer) zaten. Twee dagen voor we naar de grens van Tadzjikistan en daarmee het einde van de Pamir zouden fietsen.

Terug naar Ratm, het dorpje waar we de nacht doorbrachten net nadat we de Wakhanvalley achter ons hadden gelaten om de bergen te doorkruisen op weg naar…het asfalt (en de officiele Pamir Highway). Vanaf Ratm hadden we een tamelijk relaxte weg met zelfs een aardige afdaling. Bij een mooie groene plek aan de rivier besloten we pauze ze houden. Toen het lichtjes begon te regenen pakten we ons op om te checken of het verlaten(?) huisje wat daar stond toevallig open was. In de verte kwamen twee fietsers aangereden.
Nu wist ik dat mijn Tilburgse vrienden, Karin en Harold, ongeveer een week daarvoor vanaf de andere kant aan de Pamir waren begonnen en dat we die, ergens, zouden moeten treffen. De twee fluoriserende fietsers kwamen dichterbij, en ja hoor, dat waren ze! In fel geel en witte regenkleding gestoken. Wat een weerzien!
In eerste instantie leek de tijd en plaats niet ideaal, omdat we beiden niet van plan waren daar de nacht te blijven. Maar toen we een tijdje zaten te schuilen in het voorportaal van het huisje, en even laten toevallig de eigenaar langskwam en we met hem konden kortsluiten om in de grotere ruimte te mogen verblijven, besloten we daar toch te overnachten. Fietsen in het halletje en wij met zn vieren in de andere ruimte. We hebben uitgebreid bijgepraat. Karin en Harold hadden sneeuw gehad op de hoge passen waar wij nog heen moesten, terwijl wij heerlijk zonnig weer hadden gehad. Gedurende de avond begon bij mij helaas wel de hoogte parten te spelen en werd ik slapjes en licht in mijn hoofd, met een slapeloze nacht en bijna net zo beroerde ochtend als gevolg.
Toch namen we de volgende ochtend afscheid en besloten Remco en ik rustig aan onze weg te vervolgen.

Koffieleuten als Tilburgers onder elkaar, met Karin en Harold

Koffieleuten als Tilburgers onder elkaar, met Karin en Harold

Harold maakt heerlijke pasta en onze keuken/fietsenstalling

Harold maakt heerlijke pasta en onze keuken/fietsenstalling

Ons eigen huisje in de Pamir voor één nacht

Ons eigen huisje in de Pamir voor één nacht

De volgende ochtend toch alweer afscheid nemen en allebei een andere richting uit

De volgende ochtend toch alweer afscheid nemen en allebei een andere richting uit

Na nog twee fietsdagen, een pass en slechte nachten werd het tijd om een knoop door te hakken. Hoogteziekze kan ten slotte erg gevaarlijk, in het ergste geval zelfs dodelijk, zijn, en we waren nu niet direct in de positie om binnen een dag een ziekenhuis te bereiken. Zodoende besloten we de ruim 100km naar Murgab (naast Khorog de einige ´stad´ in Pamir) met een vrachtwagen mee te liften en daar een paar dagen aan te kijken of ik genoeg zou acclematiseren.

Tandenpoetsen in de ochtend voor ik tamelijk beroerd de pass te lijf ga

Tandenpoetsen in de ochtend voor ik tamelijk beroerd de pass te lijf ga

In Murgab werden we direct begroet door een Braziliaanse fietser, genaamd Felipe, die zich tegoed deed aan spies vlees en een fles Cola. ´Here, take a sip, welcome to civilisation!´ Felipe was de dag daarvoor op sterven na dood, met fikse hoogteziekte op de fiets in Murgab aangekomen en was daar na een nacht en een dag rust al flink van aan het herstellen. Uiteindelijk bleven we samen nog twee volle dagen in Murgab en werden we dikke maatjes.

Op onze eerste fietsdag met zn drieen kwamen we vlak voor de Akbaytalpass (DE pas van 4655m) nog een fietser tegen, de duitse Robin. Felipe en hij hadden elkaar al in Iran ontmoet en wat tijd samen doorgebracht dus het weerzien was feestelijk. Met zn vieren besloten we op het enige ´grasachtige´ stukje land voor de pass te kamperen. We kookten voor de tent terwijl de temperatuur richting vriespunt ging. Maar wat maakt dat uit als je met gelijkgestemden, tijdelijke zielsverwanten, een potje pasta kookt op ruim 4000m onder de sterren in de Pamir mountains?

De ontmoeting met duitse Robin in de leegte voor de pass

De ontmoeting met duitse Robin in de leegte voor de pass

Ons kampementje in de namiddagzon, vlak voor het echt afkoeld

Ons kampementje in de namiddagzon, vlak voor het echt afkoeld

Ontbijten in de frisse ochtend met warme havermout voor mij :)

Ontbijten in de frisse ochtend met warme havermout voor mij 🙂

Inpakken om onze tanden in de pass te gaan zetten

Inpakken om onze tanden in de pass te gaan zetten

De beklimming van de pass de volgende dag ging me tot mijn verbazing en blijdschap makkelijk af. De zwaarbepakte Robin kroop omhoog, en om hem gezelschap te houden en mezelf niet te pushen besloot ik bij hem te blijven rijden. Onder het genot van een muziekje (Def P. en de Beatbusters) trapten we samen de pass op.
Bovenop de pass vierden we kort onze ´overwinning´ en tegelijkertijd Felipes verjaardag.

Ook mijn sticker siert, onderaan, dit bord dat de begin van de stijle klim naar de pass aangeeft

Ook mijn sticker siert, onderaan, dit bord dat de begin van de stijle klim naar de pass aangeeft

Op de pass, in de zon, klaar voor een lange afdaling

Op de pass, in de zon, klaar voor een lange afdaling

Vanaf daar was het een eitje, maar wel een heel mooi eitje, naar het veel lager gelegen Kara-kul. Alwaar we min of meer noodgedwongen twee rustdagen hielden, omdat Felipes Visum voor Kyrgyzstan nog niet in ging en ik eigenlijk ook niet de Pamir wilde verlaten voordat het echt ECHT nodig was. Los van een boek lezen, een potje kaarten en een keer naar het meer en terug lopen is er in Kara-kul niets, maar dan ook niets, te beleven.
Tijdens onze eerste rustdag haalde ik de voorbij fietsende Japanners, Yusuke en Asami nog binnen en zo reden we twee dagen laten met zn zessen richting de Tadzjiekse grens.

De ´Pamir-schmutzig-cyclists´, met zn zessen richting grens

De ´Pamir-schmutzig-cyclists´, met zn zessen richting grens

Schuilen in een geul voor de harde tegenwind en het opwaaiende zand

Schuilen in een geul voor de harde tegenwind en het opwaaiende zand

Toen we na een fikse tocht met heftige tegenwind daar aankwamen, begon het al te schemeren en was het nog twee kilometer naar de top van de pass. We besloten aan de, toch al heel vriendelijke, grenswachters te vragen of we daar misschien zouden mogen overnachten en zo sloegen we even laten ons kampement op in een leegstaand gebouw op de grens. Het was volledig leeg en kaal beton met als enige ´meubilair´ een bankje met een grote halter erboven waar de wachters waarschijnlijk omstebeurt aan fitness doen. Nog geen tien minuten later sloot zich het Amerikaanse fietskoppel David en Lindsey bij ons aan. Ik heb roerei gemaakt (want dat kan ik dan nog wel) van de eieren die Robin en Felipe ´heelschels´ over de slechte weg naar boven hadden gefietst.

Ons eigen huis op de Tadzjiekse grens. Koud, maar uit de wind. Kil en kaal, maar toch gezellig.

Ons eigen huis op de Tadzjiekse grens. Koud, maar uit de wind. Kil en kaal, maar toch gezellig.

Ik maak roerei met advies en onder toeziend oog van Felipe

Ik maak roerei met advies en onder toeziend oog van Felipe

David en Lindsey steken veel tijd en moeite in het maken van mooie videos van hun fietstocht en hebben daarvoor goede apparatuur bij zich. Toen zij Remco en mij onze ´Pamir-song´ hoorden zingen ontstond het idee dat de volgende dag te recorden. En zo gebeurde het dat 8 fietsers, uit 4 verschillende werelddelen op ruim 4300m de weg in het niemandsland tussen Tadzjikistan en Kyrgyzstan blokkeerden om al happend naar zuurstof de videoclip op te nemen die je in mijn vorige blog kunt bekijken.
Niemand had haast, niemand wilde niet meedoen, iedereen danste en zong, in en uit de maat, zuiver en vals, vol overgave!

Meteen al even de eerste beelden van de videoclip terugkijken voor we verder fietsen richting Kyrgyzstan

Meteen al even de eerste beelden van de videoclip terugkijken voor we verder fietsen richting Kyrgyzstan

Hierna was het een lange afdaling naar de Kyrgyzsche grens en daarna door naar Sary-tash, waar we, voor mijn gevoel, als overwinnaars, met zn achten het stadje en daarmee ´de beschaving´ binnen fietsen. Overlevers van de Pamir!
Na nog een leuke laatste avond daar scheidden de volgende ochtend onze wegen. Remco, Robin en ik naar Osh, de anderen naar Kashgar (China), waar ik, gelukkig, nog geen week later weer met ze herenigd zou worden.

De overlevers van Pamir op weg naar Sary-tash

De overlevers van Pamir op weg naar Sary-tash

Dit was ´de Pamir´! Zonder twijfel het hoogtepunt van mijn trip tot nu toe.
Voor een groot deel door de prachtige, indrukwekkende omgeving, de bergen. Maar ook door de gastvrije en behulpzame mensen en nog meer door het gezelschap van gelijkgestemde fietsers.
Fietsers die hun smeerhanden aan hun broek afvegen en die broek wel een keer in een sopje doen als het/hij écht te bont wordt. Fietsers die hun baard laten staan ondanks het steeds terugkomende voornemen hem nu écht af te scheren. Fietsers die je direct toegang geven en zich open stellen voor elkaar, zonder verwachtingen, maar tegelijkertijd ook alleen en zelfstandig blijven, bouwend op zichzelf. En incidenteel een motorrijder, die vol bewondering het verhaal over je reis aanhoort en zich voor even met je verbroederd.
Rauw en puur, zo zie en voel ik het graag, zonder maskers en zonder reserves.

En ik hoor het jullie al denken; ´die wil daar zeker nog eens terug´.
Inderdaad! En dat ga ik ook zeker. Want er zijn daar ook nog wegen onbefietst gebleven.
Ik verwacht dat de Pamir niet gauw ´verpest´ zal worden door massa-toerisme en grote welvaart, daar zijn de omstandigheden simpelweg niet naar. Dus ik kan met een gerust hart besluiten dat de Pamir mij nog wel eens terugziet.. Liever vroeger dan later!

Ik vind mijn weg wel terug naar Pamir, eitje...

Ik vind mijn weg wel terug naar Pamir, eitje…